Gitarist Nick Valensi beloofde na de release van het matige Angles dat het vijfde album van The Strokes niet lang op zich zou laten wachten. Twee jaar later ziet het tweede deel in het tweede leven van de New Yorkers het licht: Comedown Machine. De bravoureband die begin jaren nul met de gruizige rock & roll van Is This It en Room On Fire de wereld veroverde en zich na het zwaardere, minder eenduidige First Impressions Of Earth in vijven splitste om individuele dromen na te jagen, is nog altijd zoekende. Welbeschouwd hebben The Strokes het allemaal: de strakke, stoïcijnse ritmesectie (drummer Fabrizio Moretti en bassist Nikolai Fraiture), de wereldklasse gitaristen (Valensi en Albert Hammond Jr.) en Julian Casablancas, het stille genie met een stem van goud. Toch was het groepsgevoel tijdens het maken van Angles merkbaar ver te zoeken.
Op Comedown Machine, opgenomen in de Electric Lady Studios in New York,horen we godzijdank weer een (h)echte band, die ons meteen op het verkeerde been zet door af te trappen met een jankende gitaar en vervolgens doodleuk het broeierige Tap Out in te zetten. De boodschap: dit is géén terugkeer naar ons eerste leven. All The Time ademt weliswaar de sfeer van toen en er zit ouderwets veel ruis op de vocalen in toekomstige livefavoriet 50/50, maar dat is het wel zo’n beetje. The Strokes rekken vooral de eigen definitie van het begrip rock & roll wat verder op. Er wordt gefunkt à la The Virgins (Welcome To Japan), gezwijmeld op de romantische klanken van een elektrische piano (Call It Fate, Call It Karma) en gezeurd zoals alleen Casablancas dat kan (80’s Comedown Machine). One Way Trigger is exemplarisch voor de zoektocht van The Strokes naar een manier om de directheid van vroeger te combineren met vocale acrobatiek en zinvol gebruik van elektronica. The Strokes krabbelen met Comedown Machine langzaam uit het dal, maar zijn er nog lang niet. TOM SPRINGVELD