Sorry is de tegenstem van hun eigen Brixton scene geworden. Waar het gros van de Zuid-Londense Windmill-generatie – denk Shame, Squid, Fat White Family – nog altijd grossiert in urgentie en lawaai, neigt dit van oorsprong uit Camden afkomstige duo steeds vaker naar ontregeling met precisie. Al op Anywhere But Here (2022) tekende die verschuiving zich af en Cosplay, album nummer drie, trekt de lijn consequent door.
De scherpe contouren van debuut 925 – het Britse online-magazine Beats Per Minute sprak treffend over ‘dreunende, schurende en huilende producties’ – zijn verworden tot iets vloeibaarders: collagepop, elektronica en stemvervorming. Oud-klasgenootjes Asha Lorenz en Louis O’Bryen produceerden het grootste deel zelf, maar riepen Dan Carey van Speedy Wunderground erbij voor opener Echoes en slotakkoord JIVE.
Zijn werkwijze – snel, direct en zonder decoratie – past bij de losse structuur van Cosplay, dat eerder voelt als een verzameling registraties dan als een afgerond statement. Elk nummer opent een andere deur, van de hypnotische herhaling van Echoes tot de stotterende dreiging van Waxwing. Onder de oppervlakte gebeurt van alles: bassen gedragen zich als gitaren, stemmen klinken soms lieflijk en dan weer als verbolgen wezens uit de onderlaag. Cosplay is niet zozeer het evenwicht tussen beheersing en bezetenheid, maar het moment waarop dat evenwicht breekt. Eén ding is onverminderd hetzelfde: bij Sorry is niets wat het lijkt.