De hoes van zijn album Summertime ’06 (2015) keek Vince Staples af van Joy Divisions Unknown Pleasures – elf jaar geleden ervaarde de hyperintelligente Amerikaan namelijk ook al het gevoel emotioneel vervreemd te zijn in een ijzige samenleving. Op zijn nieuwe plaat Cry Baby voelt hij niet enkel de druk het overgeromantiseerde straatleven te duiden, maar rust de gehele brandende aardkloot op zijn schouders.
Op de hoes staat een mormel dat wel érg veel wegheeft van Donald Trump. De toon is gezet, maar ook ‘punk-Vince’ is geen schenenschopper. Strijdbaar en verslagen tegelijk toont Staples de ironische dommigheid van de Amerikaanse cultuur aan: voortdurende boosheid bestrijden met agressie en geweld. De hele plaat komt zowel muzikaal als tekstueel samen in The Running Man. ‘Can’t hide, can’t run’, schreeuwt Staples over een track die tegen noiserock aanschuurt, waarna de cynicus zich in alle kalmte realiseert dat de vervolgstappen stilaan opraken. Muzikaal is de stap van nummers als Black & Blue (2024) naar het nieuwe, relatief kalme White Flag helemaal niet zo groot en staat deze punky verschuiving hem wel. Zo urgent en treffend als eerste single Blackberry Marmalade is het hele album echter niet. SIEM HENSKENS