Zo’n acht jaar geleden mocht Shame zichzelf heel even ‘Britain’s most exciting band’ noemen. De Zuid-Londense sloopploeg gold als boegbeeld van de laatste postpunkgolf. Niet per se omdat ze de beste waren, ze waren er gewoon vroeg bij. Niet veel later gingen IDLES en Fontaines D.C. met de titel van beste postpunkband aan de haal.
Toch leverde Shame nog twee sterke albums af. Via Drunk Tank Pink (2021) en Food For Worms (2023) groeiden deze vijf zweterige rouwdouwers uit tot geraffineerde artrockers. Maar al die pretenties gooien ze op hun vierde album weer lachend overboord. Want laat je vooral niet foppen door al die nieuw toegevoegde synths en drummachines: Cutthroat is het hardst rockende album dat Shame in jaren maakte. De nummers zijn rechttoe-rechtaan, met traditionele songstructuren, een hoog testosterongehalte (‘Naked women fall out of the sky, motherfucker I was born to die’) en die catchy Britpoprefreinen die we nog kennen van debuutalbum Songs Of Praise. En dat pakt bij vlagen helemaal niet verkeerd uit.
To And Fro en Nothing Better klinken als early Shame op z’n best: puntig en gevaarlijk, maar dan iets toegankelijker dan we van ze gewend zijn. Toch komt niet iedere klap zo hard aan. En soms klinkt het allemaal wel héél simpel. In de titelsong bijvoorbeeld, die met z’n puberale swagger-tekst en simpele refrein een beetje aanvoelt als een parodie op postpunk. Of Lampião, een door drummachines voortgestuwd spoken word-niemendalletje over een Braziliaanse misdadiger (‘A bad motherfucker’), inclusief gezapige Portugeestalige hook. Nee, Britains most exciting band is Shame al een tijdje niet meer. Behalve als ze het podium beklimmen. Daar veranderen deze vijf hipsters in een roedel schuimbekkende, koprollende, shirtloze bloedhonden die iedere zaal opjagen tot ie kolkt. En zo’n kolkende zaal weet wel raad met een verse lading catchy refreinen en stoere praat: shirt uit, vuist in de lucht, en dan heel hard ‘motherfucker’ roepen.