Tricky, je zult ‘t maar zijn. Dik drie decennia geleden debuteren met een plaat, Maxinquaye, die je eigenlijk nooit meer overtroffen hebt en dus een soort molensteen wordt. Het zou kunnen dat je daar op termijn een beetje raar van wordt, al heb ik best, eh, kleurrijke herinneringen aan interviews met hem uit die begintijd.
Maar zijn concert laatst in Groningen was toch ook uitgesproken bizar. Je zag ‘m amper, in het donker, en je hoorde ‘m eigenlijk nog minder: af en toe zo’n broeierige onderhuidse rap, verder liet hij de vocale verplichtingen over aan twee sidekicks en bij climax Aftermath, zijn klassieker, verdween meneer zelfs helemaal van het podium. Die sidekicks waren Marta Zlakowksa, prominent op zijn laatste paar platen, en Mitch Sanders, uit Tricky’s eigen Bristol en heel prominent op deze nieuwe (Marta doet één nummer mee).
Met zijn hoge, ijle stem doet Sanders hetzelfde als Marta en, in het Maxinquaye-tijdperk, Martina Topley-Bird: contrasterend tegenwicht bieden aan Tricky’s duistere kanten. Het werkt wonderwel op deze plaat, waar gitaren nogal eens voluit staan in een verder opmerkelijk sobere instrumentatie. Tricky zelf horen we maar mondjesmaat, maar hij is wel weer de architect van deze wonderlijk meeslepende klankenwereld. Intrigerend type, ook bij afwezigheid.