Gruff Rhys gaf mij na een interview eens twee cd’s van Welshtalige singer-songwriters, die hij net daarvoor uit zijn gitaarkoffer viste. De Cardiffian is altijd een pleitbezorger geweest van de Keltische taal en zong er al meerdere platen mee vol. Ook Dim Probs (‘geen problemen’) is weer in het Welsh, en dus compleet niet te verstaan voor buitenstaanders.
Eigenlijk stoort dat nauwelijks, hooguit werken de harde g-klanken soms op de lachspieren (je kunt een Welshman makkelijk godverdomme aanleren). De truc: Rhys schreef op een akoestische gitaar veelal simpele folky popliedjes met aanstekelijke melodieën die makkelijk in het gehoor liggen. In tegenstelling tot op de orkestrale voorganger Sadness Sets Me Free uit 2024 houdt hij de instrumentatie en productie klein – vaak komt het ritme uit een stokoude drumcomputer. Dat resulteert vooral in ingetogen kampvuurliedjes en montere folkpop.
Die laatste categorie is het leukst met het met blazers opgetuigde Taro #1 + #2 en het olijk klinkende maar gortdroog gezongen Chwyn Chwyldroadol! Daarin schiet de eveneens Welshe achtergrondzangeres Cate Le Bon regelmatig in de lach. ‘Ik klaag, klaag, klaag over een revolutionair onkruid dat mijn tuin verwoest’, maakt Google Translate van de eerste zin, en ‘revolutionaire wiet’ van de titel. Verder zegt Rhys in de bio veel over zware onderwerpen als oorlog en de dood te zingen, ter compensatie van de luchtige muziek.