In een interview met Jalen Ngonda las ik dat hij liever niet wil dat je zijn muziek ‘oud’ noemt, maar luisterend naar zijn liedjes ontkom je natuurlijk niet aan vergelijkingen met Al Green, Marvin Gaye en James Brown. Tel daarbij op dat Ngonda zijn platen uitbrengt op Daptone, label van wijlen retrosoulhelden als Sharon Jones en Charles Bradley, en dat veel van zijn liedjes zijn geproduceerd als rauwe soul. Volhouden dat deze zanger iets volledig nieuws doet, wordt daardoor wel erg lastig.
Voor Ngonda is dat misschien vervelend, maar eigenlijk is het totaal irrelevant of hij zich liet beïnvloeden door het heden of het verleden. Feit is dat de 32-jarige singer-songwriter en multi-instrumentalist tot de grootste jonge talenten behoort die de soulscene de laatste jaren heeft mogen verwelkomen. Het lijkt onmogelijk voor Ngonda om een slecht liedje te schrijven en hij heeft een stem die vanwege zijn klankkleur en bereik eindeloos verrassend klinkt. Waar hij in veel van de liedjes van zijn veelgeprezen debuutplaat ging voor de directe knock-out, neemt hij op Doctrine Of Love meer de tijd om die stem te laten shinen. Zo zal het kippenvel zich als een wurgslang om je heen vouwen tijdens Love Is Gone, een breakup-ballad waar Ngonda’s vocalen doorheen glijden als net geslepen noren over vers ijs.
Ook schreef de Amerikaan voor dit tweede album liedjes die net wat creatiever overkomen dan reeds bekende krakers als Come Around And Love Me. Met een stem die fluctueert tussen Michael Jackson, Babyface en Tina Turner smeekt hij Mr. Trainconductor om hem zo snel mogelijk terug naar de armen van zijn liefje te brengen. Tekstueel klinkt het allemaal zo ontzettend simpel wat Ngonda doet. ‘Since I’ve walked out the door, I feel not human anymore.’ Maar zodra hij het uit zijn strot gooit, met ieder sleutelwoord vet onderstreept door een ouderwets soulkoor, druipt de begeerte er in zulke dikke klonten van af dat je tegen je baas zegt dat de werkdag erop zit. Waarna je naar huis snelt om je eigen liefje stevig in je armen te nemen.