Ergens is het in de Californische garagerockers Together Pangea te prijzen dat ze niet twee keer dezelfde plaat willen maken. Waarschijnlijk had niemand het de band kwalijk genomen als ze na de bescheiden doorbraakplaat Badillac (2014) gewoon iedere paar jaar een even vuige en rauwe garagepunkplaat hadden uitgebracht, maar op de albums en EP’s die de band in de afgelopen tien jaar uitbracht, was steeds meer ruimte voor melodieën en een wat gemoedelijker geluid.
Als je de albumaankondiging moet geloven is Eat Myself een nog grotere heruitvinding: de band spreekt van het verkennen van ‘nieuwe sonische territoria’ en smijt met grote inspiratiebronnen als Deftones, Smashing Pumpkins en My Bloody Valentine. In de praktijk zit er inderdaad een stevig stofzuigerfilter over sommige van de gitaarpartijen, maar klinkt de band hier over de gehele linie wat futloos.
Een lekker schurend rocknummer als Little Demon is best leuk, maar te veel van het songmateriaal blijft hangen in midtempo en er is een gebrek aan memorabele riffs of refreinen. Soms werkt het relatief uitgebreide muzikale palet wel; de op melancholische synthesizers leunende afsluiter Burn The Hillsides is erg atmosferisch. Maar op een volgende plaat zien we de band liever weer terug op al eerder verkend territorium. Na ruim tien jaar aan pogingen tot evolutie mag er wel weer eens gewoon primitief geknald worden.