‘Onsamenhangend’ is een woord dat in eerdere OOR-recensies rondom de Londense multi-instrumentalist Devonté Hynes vaker voorbijkwam, ook al in eerdere levens als punker. Een terechte opmerking in een tijd waarin experimentele r&b toch een beetje als pretentieus werd gezien; r&b is juist comfortmuziek toch?
Zeven jaar na Blood Orange’ kroonstuk binnen het genre, Negro Swan (2018), zijn de Steve Lacy’s van de wereld headliners en kiest Dev Hynes ervoor juist de diepte in te duiken. Hij grijpt nog altijd naar elektronica en r&b, maar de Prince-invloeden laat hij ditmaal achterwege. Essex Honey is niet onsamenhangend, hij is onaf. Onaf op een manier die de plaat laat leven, met een atypische mix die het een voelbare textuur geeft.
Schoolvoorbeeld Scared Of It – met Brendan Yates, frontman van Turnstile – bouwt op en laat je smachten naar een climax: wordt het elektronisch? Rock? Nope. Een slome, modderige poel vol weemoed. Essex Honey zet je niet op tijdens een barbecue om je vrienden te laten weten dat je naar hippe muziek luistert, maar vraagt om een strikt persoonlijke luistersessie zonder pottenkijkers.
Blood Orange verkiest de muziek boven dopamine-afgiften en streambaarheid. Op momenten overstijgt de muziek zelfs Devs eigen aanwezigheid op het album, een positie die ook wereldsterren als Lorde en Daniel Caesar soepel innemen. Prachtig, uniek en onvoorspelbaar.