Met The Funeral zette Ben Bridwell gelijk een zinderende klassieker op zijn naam die Band Of Horses een vliegende start gaf. De galmende productie van Phil Ek (The Shins, Built To Spill) gaf de meeslepende rock en Bridwells indringende hoge zang precies de juiste dosis drama mee. Het was het uithangbord en hoogtepunt van Everything All The Time, waarmee Band Of Horses meteen doorbrak.
Ik zag ze destijds als een Built To Spill-achtige indierockband met een rootsy inslag en schreef hier vervolgens iets te zuinige recensies over Cease To Begin (2007) en Infinite Arms (2010), die meer richting alt.country gingen. Maar ook Everything All The Time bestaat voor de helft uit folkballads (Part One, St. Augustine) en Americana (Monsters). Scherpe indierockliedjes als Wicked Gil en Our Swords vind je aan het begin. Van de hier toegevoegde outtakes had het prettig kabbelende Boat To Row van mij het flauwe Weed Party op de plaat mogen vervangen. Een handvol demo’s laat horen dat de liedjes ook zonder Phil Ek-galm overeind blijven en tussen de vroege liveopnames staat een sterke cover van ELO’s Showdown. Zuiderling Bridwell kwam als gelukszoeker naar Seattle, belandde daar bijna in de goot en stopte al zijn pijn en frustratie in Everything All The Time. Band Of Horses was daarop muzikaal nog wat zoekende, maar had ook al goud in handen.