Stel, je hebt een band met twee frontmannen. De ene gaat trouwen en verwelkomt z’n eerste kind, de ander gaat juist scheiden. En samen schrijf je een nieuwe plaat. Everything I Ever Saw had zomaar een half geluks- en half break up-album kunnen zijn. Gelukkig is het dat niet. De achtste worp van The Menzingers handelt over vriendschap als vangnet tijdens grote levensveranderingen.
‘The future always seemed far away, but we’ve entered it now’, zingt Greg Barnett (net vader geworden) in Nobody’s Heroes. Op Everything I Ever Saw geen oude mannen die terugkijken op betere tijden of de jeugd vertellen hoe het leven in elkaar zit. In opener Chance Encounter klinkt het viertal feller dan ooit en tegelijkertijd melancholisch (‘Maybe life could feel a little less alone / We may never stand a chance, but we still gotta try’). Die balans tussen kracht en kwetsbaarheid vormt de kern van de plaat. Waar eerdere albums vaak draaiden om jeugdige desillusie en romantisch verval, verschuift de focus hier naar volwassen breuklijnen. Scheidingen, vaderschap, sterfelijkheid.
En maatschappijkritiek. Tom May (net gescheiden) zingt in Other People’s Money over een (tech)miljardair die zichzelf verkoopt als redder, terwijl hij tegelijk profiteert van verdeeldheid en illusies. In The Fool is hij persoonlijker, directer, open over z’n eigen falen (‘I only like the beginning of things’). Er zit nauwelijks cynisme in zijn teksten, eerder een pijnlijk soort helderheid. Muzikaal is het signature Menzingers. In Better Angels bijvoorbeeld, waar de band hun klassieke punkdrive combineert met een bijna poppy toegankelijkheid. De hooks zijn scherp, de refreinen blijven hangen en onder de oppervlakte borrelt een wereldbeeld dat allesbehalve licht is. Credits ook naar producer Will Yip, die de band hoorbaar richting een steviger, voller geluid duwt, zonder de herkenbare Springsteen-achtige lichtvoetigheid te verliezen. Everything I Ever Saw is alles waar je als Menzingers-fan op hoopt. En meer.