Wie houvast zoekt, zit verkeerd. De Britse experimentele rockband Ulrika Spacek duwt je in drijfzand, zonder touw of herkenningspunt. Hun gitaren geven geen richting en reageren op elkaar met structuren die ter plekke lijken te ontstaan. Ook een duidelijke frontpersoon ontbreekt; de rol van zanger wisselt.
Ulrika Spacek, een initiatief van Rhys Edwards en Rhys Williams, is een onvervalst uitvloeisel van het Total Refreshment Centre uit Oost-Londen, een creatief circuit waar bands elkaar ontmoetten, muzikanten onderling rouleerden en iedereen vrijelijk aan elkaars teksten sleutelde. Uit dit eclectische geheel ontstond een stroming met invloeden uit jazz, postpunk en elektronica, waarin vaste genregrenzen en klassieke hiërarchieën geen rol speelden. De enige constante factor waren minimalistische krautrockritmes zonder noemenswaardige spanningsboog. Klagende buren maakten een abrupt einde aan het TRC-collectief, maar op hun vierde studioalbum EXPO zet Ulrika Spacek het legaat voort. De Londenaren mixen mechanische ritmes, shoegaze en psychedelica met een zeggingskracht die je moet zoeken in de ruimte tussen de noten. Het album herschikt en ordent doorlopend, zonder climax. Dit is muziek die geen aandacht opeist. Je kunt er, zoals OOR-collega John Denekamp jaren terug al zei, prima een boek bij lezen.