In de vroege jaren van dit millennium, toen Bright Eyes ons betoverde met prachtplaten als Lifted, maakte ik de dodelijke fout om wonderkind Conor Oberst te bestempelen tot de nieuwe Dylan. Sterker nog, ik vond argumenten om te betogen dat Oberst verder was in zijn artistieke ontwikkeling dan his Bobness op dezelfde leeftijd.
Twee decennia later terugkijkend moet ik vaststellen dat de man uit Nebraska weliswaar een solide componist en begenadigd tekstschrijver is, maar dat muzikale beperkingen hem hebben veroordeeld tot een relatief marginale positie in de popmuziek. Hoewel Oberst steeds actief bleef in allerlei projecten, leidde Bright Eyes bijna tien jaar lang een slapend bestaan; Five Dice, All Threes is het tweede album sinds hun reanimatie.
De band, die naast Oberst bestaat uit Mike Mogis en Nate Walcott, biedt op deze nieuwe plaat weinig schokkende invalshoeken, maar wel een waaier aan fraaie songs op het snijvlak van rock en Americana; een tikkeltje steviger dan op sleutelplaten als Cassadaga (2007), maar nog altijd met Obersts poëtische teksten en onvaste stem als herkenningspunt.
Wij als Nederlanders slaan onmiddellijk aan op de opmerkelijke ode aan de gedoemde performancekunstenaar Bas Jan Ader, maar ook El Capitan, Tiny Suicides en All Threes zijn sterke staaltjes van ’s mans kunnen. Al met al is dit teken van leven van Bright Eyes toch wel een blijde gebeurtenis.