Wat iets tot goede muziek maakt, heeft veel te maken met subjectieve zaken als smaak, maar als je mij desalniettemin om een definitie van goede muziek vraagt, zal ik waarschijnlijk iets zeggen als: goede muziek maakt een samenvatting van een prachtig verleden en belooft tegelijkertijd een prachtige toekomst.
Dat klinkt wellicht als een wat interessantdoenerige slogan, maar pak er de nieuwste plaat van Bartees Strange bij en je hoort dat deze excentrieke zoon van een militair en een operazangeres precies dát doet. En door het verleden te eren én te vernieuwen, heeft hij een album gemaakt dat tot de beste van dit jaar behoort. Waarbij we natuurlijk niet hopen dat Horror rond december volledig is ondergesneeuwd, want zo gaat de tragedie vaak. Enfin, op de majestueuze rollercoaster die deze plaat is, rommelt Strange met zijn gitaar alsof hij in Parliament-Funkadelic zit (Too Much), combineert hij rap en zang met dezelfde souplesse als Anderson .Paak, croont zijn zwarte stem als een witte outlaw (Sober) en klinkt hij in de darkroom-dancetrack Lovers als een queer D’Angelo in een club waar de dresscode Untitled (How Does It Feel) is. Horror is oprecht en supermuzikaal, is experimenteel maar supertoegankelijk, klinkt grappig, geil, chaotisch en hoopvol en is stevig beïnvloed door vroeger, maar voelt als honderd procent nu. Goede muziek!