In tijden dat heruitgaven steeds omvangrijker en daarmee potsierlijker worden (bestaat ie werkelijk, de ziekelijk devote fan die blij wordt van een glimmende doos met 23 cd’s dan wel 37 lp’s vol demo’s, valse starts, studioconversaties, ‘afwijkende’ versies, remixen en liveopnames?) is het bijna een verademing: een overzichtelijke reissue op dubbel-lp/cd. Geremasterd en met slechts een handjevol (relevante) extra’s.
Elke ambitieuzere opblaaspoging zou trouwens een gotspe zijn geweest in het geval van de officieuze oerknal van de punk as we know it (het Ramones-debuut kwam pas vijf maanden later), een van de meest invloedrijke debuten aller tijden én de plaat die ons deed kennismaken met een fenomeen: een vrouw die zowel zangeres, dichter, schrijver, strijder, kunstenaar, activist, observator, woordvoerster als – zoals collega Alfred Bos haar vorig jaar treffend typeerde – ‘icoon van vrijheid en onafhankelijk denken’ was. Of in elk geval zou wórden.
Enfin, Horses van Patti Smith dus. Voor eeuwig ongenaakbaar in de meest positieve zin des woords; íets wat OOR-recensent Constant Meijers destijds nimmer had kunnen voorvoelen. ‘Slecht is Horses niet te noemen, door mijn ziel snijdt het echter ook niet’, schreef hij in 1975. ‘Muzikaal niet oninteressant komt het geheel toch tamelijk verward op me over.’ Waarna hij zich toch maar indekte door bij wijze van licht profetische slotconclusie een citaat van Smith zelf aan te halen: ‘Alleen de geschiedenis is verantwoordelijk voor de uiteindelijke heiligverklaring.’
Goed. Fast forward naar 2025, naar de geremasterde jubileumeditie met bescheiden bonusdisc. Die laatste bevat negen tracks, waaronder de originele demo die naar platenfirma RCA ging (met Gloria en Redondo Beach), enkele – we ontkomen er niet aan – alternate takes en vier nooit uitgebrachte nummers die voor Smith-fans niettemin, op Snowball na, niet echt onbekend terrein vormen: het hier nog rudimentaire Distant Fingers zou op opvolger Radio Ethiopia (1976) belanden en We Three op derde album Easter (1978), terwijl het soulvolle The Hunter Gets Captured By The Game, een cover van Smokey Robinson, incidenteel live werd uitgevoerd. Maar het voldoet, het volstaat en het leidt verder niet af van het voor deze gelegenheid nog eens extra glimmend opgepoetste moederschip.