‘Welcome back to the dream of a rotten mind.’ Het is de eerste zin van het eerste nummer, The Old Hotel. Protomartyr-zanger Joe Casey is goed in verwachtingen scheppen. Op voorganger Formal Growth In The Desert (2023) luidde de binnenkomer gelijkaardig: ‘Welcome to the haunted earth.’ Maar dat was nog niks. Hotel Usona – een conceptplaat over, inderdaad, een hotel – betreed je bij voorkeur nóg behoedzamer.
‘It’s not easy listening’, waarschuwt de meegestuurde persbio ten overvloede. Hotel, zei u? Een morbide spookhuis is het, oud en zieltogend, vol addergebroed – in dierlijke én menselijke gedaante. ‘Spiders crawling ‘cross the ceiling / Next door there’s voices moaning.’ De songs, die elk symbool staan voor een hotelkamer met daarin een ‘troublesome guest’, staan stijf van de onrust en het ongemak, zowel tekstueel als muzikaal. De wereld is in verval, de mensheid degenereert net zo hard mee en Protomartyr levert de soundtrack.
Waarbij het overigens even doorbijten is qua instrumentatie: zoals de laatste Strokes-plaat half werd verkloot door overdadig autotune-gebruik, zo krijgt op Hotel Usona de zoon van producer Dave Fridmann, Jon, alle ruimte. En de man heeft toeters. Daar zijn sommige mensen – ik noem geen namen – allergisch voor. Nu gaat ’t in dit geval gelukkig niet om olijke saxofoonsolo’s maar om stemmig en omineus hoorngeschal, maar toch. Blazers. In bijna elk nummer. Bij godbetert Protomartyr, het meest stekelige, naargeestige en ontzagwekkende stel postpunkgeweldenaren dat er in de VS rondloopt.
Enfin, wie zich er een beetje voor afsluit, hoort in Hotel Usona alsnog een plaat zoals er dit jaar geen tweede gemaakt gaat worden. Intens, massief, cynisch, koortsig, venijnig. En tóch wonderschoon. Want toonloos mompelen doet Casey allang niet meer – hij zingt meer dan ooit – en qua muzikale decoratie weet Fridmann sr. hand in hand met multi-instrumentalist Greg Ahee de meest imposante geluidskathedralen op te trekken. Dat gaat van een daverende geluidsexplosie op Swans/Birthday Party-niveau (het furieuze Feed The Sewer) via het bloedspannende sfeerstuk Lavender-Gospel tot iets wat drijft op een bijna Philip Glass-achtig minimalthema (Third Country).
Zeiden we postpunk? Denk daar dan vooral 3.0 achter. Magistraal. Ondanks de toeters.