Cory Hanson is een muzikale veelvraat die stilistisch van alles uitprobeert. Op de zes albums van zijn band Wand zijn psychedelica, krautrock, noise en pop basiselementen, maar het eindresultaat klinkt elke keer weer anders.
De soloplaten van de Californiër – I Love People is de vierde – neigen meer naar singer-songwriterwerk, maar ook die verschillen onderling sterk. Het wonderlijke is dat Hanson I Love People met zijn bandgenoten van Wand opnam, dezelfde muzikanten die vorig jaar de stekelige rockplaat Vertigo uitbrachten. I Love People klinkt vooral als een klassieke popplaat uit de jaren zeventig, die een eigenzinnige songsmid als Todd Rundgren in herinnering brengt in Bird On A Swing en Joker. Hanson gaat voor een luchtig westcoastpopgeluid. Bijna alle liedjes zijn volgehangen met zangkoortjes, strijkers en blazers, terwijl de piano en gitaren elkaar mooi in evenwicht houden. In de even komische als aanstekelijke titelsong steekt hij zelfs Randy Newman naar de kroon, met een ode aan de meest uiteenlopende soorten mensen. Lou Reed klinkt totaal niet als zijn onderwerp: ‘You were a prince and a fighter, and you were a tai chi master’, croont Hanson in die Father John Misty-achtige ballad. Het is soms een raadsel hoe serieus hij het allemaal bedoelt, maar een knap gemaakte plaat met prima songs is I Love People zeker.