Vier platen van The Fall in die elitaire postpunk-top 154 van ons, vorig jaar september, en geen enkele van Prolapse? Groot onrecht – we vinden het zelf inmiddels ook. Dus projecteert u gerust nog even ergens Ghosts Of Dead Aeroplanes (1999) in de lijst.
Het was destijds de afscheidsplaat van het cultcollectief uit Leicester. Na vier albums vol muzikaal nonconformisme – ergens tussen anarchopunk, krautrock, shoegaze en, inderdaad, The Fall – was het klaar en gingen de bandleden andere dingen doen. De een werd archeoloog, de ander journalist, een derde kwam voor de klas terecht. Maar in 2015 zat er ineens weer leven in Prolapse, al duurde het dus nog tien jaar tot dit comebackalbum. Als eerste valt op dat de band een stuk stekeliger en militanter klinkt dan voorheen. Wat dat betreft verricht het vlammende intro van opener The Fall Of Cashline meteen goed werk: juist, denk je, zó trek je een luisteraar aan z’n haren een plaat binnen. Grootste attractie van Prolapse is nog altijd het getouwtrek tussen zangeres Linda Steelyard en de in sappig Schots ratelende Mick Derrick, de man die ooit omschreven werd als ‘a lanky Glaswegian who simply mouths off at every opportunity and blares out whatever the fuck he likes’ (wat overigens zorgelijker klinkt dan het is). Maar ook vlak daaronder staat het bol van de elektriciteit: in een obstinate repeteerstand die regelmatig aan – zijn ze weer – The Fall doet denken, wordt nijverig gespeeld met dynamiek, met ambiance en met opbouw en ontlading. Fascinerend postpunkhoorspel.