Festivals hebben een chronisch tekort aan headliners. Mochten de Best Kept Secrets en Down The Rabbit Holes blijven bestaan en iets van de huidige jonkies uit het publiek mee kunnen nemen naar de toekomst, dan zouden we nog weleens heel lang plezier kunnen beleven aan Dominic Harrison alias Yungblud.
Deze ADHD’er raast inmiddels al zo’n acht jaar als een wervelwind over de podia en collega Tom Janssen noemde hem exact een jaar geleden de verpersoonlijking van Pinkpop. Hij brengt emo, punk, EDM, alles door elkaar. Johnny Rotten is een idool van hem, maar die bespuugde ooit zijn publiek, terwijl Yungblud dat nog liever doodknuffelt, aldus Janssen. Dat klopt. Yungblud is wild, razend en prettig gestoord, maar ook lief. Ondanks alle branie durft hij ook zijn kwetsbaarheid en onzekerheden te tonen. Bovendien groeit de muziek van deze 27-jarige puber per album; Idols bevat inmiddels ook tracks die tegen classic rock aanschurken.
Opener Hello Heaven, Hello duurt maar liefst negen minuten en is opgebouwd uit een aantal redelijk verschillende delen – dapper, maar dat maakt het nog niet tot Yungbluds Bohemian Rhapsody. Toch is hij wel degelijk de stem van een nieuwe generatie, een beetje tierend in het catchy Lovesick Lullaby en beschouwend in het iets te weelderig gearrangeerde Monday Murder (‘Watch the world go by, just another day to die’). Yungblud houdt nog altijd van de nodige bombast en gitaren, en slaakt soms – zoals in Ghosts – nog een doodskreet uit, maar stiekem kan hij ook heel goed zingen.
Op de gevoelige momenten komt hij qua hoogten en pathos in de buurt van Brian Molko van Placebo, in echt mooie, knap geconstrueerde popsongs. War is zo’n song, niet over Gaza of Oekraïne, maar gewoon over een liefje waarmee het minder goed botert dan gehoopt. Ook Zombie is zo’n mooi gezongen liefdesliedje vol metaforen.
In Idols Pt. 1 laat hij zich omringen door strijkers en draait het over willen leven als de idolen aan je muur, maar tevens het worstelen met gender, slapen en het omgaan met rivalen, terwijl je elkaar juist zo nodig hebt. Idols Pt. II, later op het album, is een pianoballade over dromen, heldendom, eenzaamheid en fantasie. Het dient min of meer als intro van de ook al zo gevoelig klinkende pianoafsluiter Supermoon. Met een mooie boodschap: ‘Don’t be sad.’ Lieve jongen, prima plaat.