Gekke Belgen. Zo heb je Amenra, dat zijn eerste platen allemaal Mass noemde en waarvan de zanger met zijn rug naar het publiek staat. En zo heb je dus ook dit Briqueville, een band die optreedt met gewaden aan en een soort van pestmaskers op. En hun nummers zijn allemaal Aktes.
De band kwam vooral in het vizier doordat ze in 2014 twintig exemplaren van hun debuut hadden begraven, die je kon opsporen via vrijgegeven GPS-coördinaten. Maar de daaropvolgende liveshows op (genre)festivals als Roadburn en Into The Void lieten zien dat er onder die façade wel degelijk een goede band huist.
Ook dit vierde album zit weer knap in elkaar, waarbij het meer riffgedreven (post)rockgeluid van de eerste platen heeft plaatsgemaakt voor soundscapes, productionele foefjes en synths. Zoals in het energieke, maar ook alle kanten op spetterende Akte XVII of het broeierige Akte XIX, waarin een akoestische gitaar feedback en gedempte zang begeleid.
Én er is dus meer zang, alhoewel die nog steeds diep achter de gelaagde, massieve en stemmige gitaren schuil gaat. Zullen de maskers wel zijn.