Al even behoort Sufjan Stevens tot de categorie muzikanten van wie het noemen van de voornaam volstaat, met een trouwe schare Sufjanites die zijn experimentele albums op de koop toe neemt. Javelin is zijn elfde soloplaat, die hij geheel zelf schreef, inspeelde en produceerde, met bijgevoegd een boek met essays en kunst. De warme, intieme nummers hebben hun wortels in de folk en zitten vol muzikale referenties naar zijn eerdere albums Carrie & Lowell, Seven Swans, zijn befaamde kerstplaten en – in mindere mate – Michigan.
Het tintelende gitaarriffje in de Neil Young-cover There’s A World doet denken aan Carrie & Lowell, net als het heldere riffje van Genuflecting Ghost herinnert aan Death With Dignity en dat in A Running Start aan The Dress Looks Nice On You. Laagje voor laagje bouwt hij de liedjes op. Vaak openen ze met gitaar-arpeggio’s, subtiel en melodieus, ondersteund door piano of synths en een koor dat grossiert in prachtig harmonieuze zang. Voor het eerst sinds debuutplaat A Sun Came bespeelt Stevens de blokfluit weer veelvuldig. De tekstuele rode draad is zijn voortdurende, vaak vruchteloze zoektocht naar houvast, liefde en verbinding. Die van en met een ander (in het orkestrale Shit Talk, met Bryce Dessner op gitaar, en So You Are Tired), maar ook in het geloof (Everything That Rises, Genuflecting Ghost). ‘Chase away my heart and heartache / Run me over, throw me over, cast me out / … / Watch me drift and watch me struggle / Let me go’, fluisterzingt hij wanhopig in Will Anybody Ever Love Me?, dat door blokfluit, piano en guitalin een gloedvol nummer wordt. In het adembenemende A Running Start laten synths het in eerste instantie sobere gitaarliedje accelereren, waarna het koor het nummer vleugels geeft en van een kersttintje voorziet. Het titelnummer is een melodieus pareltje. Hoe kleiner Stevens het houdt, des te groter de impact is. Maar ook als het instrumentarium uitgebreider is en dat fijne koor Stevens’ fluwelen zang schraagt, staat het kippenvel regelmatig dik op de armen. Javelin is de plaat waar vele Sufjanites al jaren op hoopten.