De leukste muziek wordt doorgaans gemaakt wanneer een nieuw genre voorzichtig vorm krijgt: als de eerste paaltjes gezet worden en de lijnen nog getrokken moeten worden.
Neem nou jungle. In de eerste helft van de jaren negentig dreunden de subbassen en klaterende beats langzaam vanuit de Londense clubs en piratenstations door naar de rest van de wereld. De dj’s en mc’s stonden vaak met één been in de Jamaicaanse muziektraditie (dub, reggae, ragga) en met het andere midden op de exploderende dansvloer, daar waar de rave-jeugd samenkwam en Britse bleeptechno, hardcore (wij zeiden gabber), ragga en uit hiphop geleende en versnelde breakbeats samenvloeiden tot een nieuw urban geluid: jungle, het begin van een lange Britse bass-transitie die tot op de dag van vandaag doorgaat en nieuwe mutaties voortbrengt.
Deze Soul Jazz-compilatie slaat de geboortejaren van Shut Up And Dance, Ragga Twins en Mr. Kirk over en vuurt gelijk de hardste steppers op ons af, het soort ruffneck ragga-jungle dat we hier leerden kennen op de feesten van Chaos & L-Dopa, Jungle J en Dreazz & Nubian. Woeste, opzwepende tracks die nu fanatiek verzameld worden: van pioniers Krome & Time, Just Jungle, M-Beat en DJ Rap tot een whitelabel van Bizzy B die dertig jaar na dato €350 op Discogs doet (note to self: ik moet die kast eens opruimen).
Het was de tijd dat ragga-sterren een tweede leven kregen in de mix van hun muzikale kinderen. Cutty Ranks, Beenie Man, Poison Chang, Top Cat, ze kronkelen hier allemaal elastisch om de donderende Amen-breaks, subbassen en pistoolschoten heen. Jah Love heet het laatste salvo van Lemon D, en zo is ’t. Wat een heerlijke testosteronbom is deze Junglist!