‘God bless you’, zegt mijn Amerikaanse nichtje sinds jaar en dag aan het einde van haar voicemailbericht. Het verrast me steeds weer hoe vanzelfsprekend het geloof nog is in de VS. Hoewel Kevin Morby zelf niet van de kerk is, komt hij wel uit de Bible Belt, het religieuze hart van het land. In Kansas City hangt een (en ik citeer) ‘God-fearing atmosphere’, precies wat Morby fascineert.
Op zijn tiende plaat Little Wide Open duikt Jezus Christus overal op en trekt een spoor van zondaars, verlossing en goddelijk oordeel achter zich aan. Hoewel er strijkers, blazers, toetsen, gastvocalen en zelfs een incidentele harp worden ingezet, draait Little Wide Open toch vooral om Morby en zijn Fender Jaguar, die hij Dorothy noemt. Met gedoseerde maar onmiskenbare countryvibes is hij de singer-songwriter die je bij het kampvuur wenst na een dag op de prairie. In dertien tedere liedjes plant hij moedig een vlag in de stronthoop van hedendaags Amerika. ‘I cannot sit still in a world that kills.’ Het is of hij de staten zegent door ze in meerdere tracks bij naam te noemen. Alsof hij ze een hostie geeft en een kus op hun voorhoofd. ‘Heaven is a place on earth.’ Blijf geloven. Ik zak weg tegen een willekeurige schouder. Pook dat vuur nog maar eens op.