Popliefhebbbers met een sweet spot voor gekke dansmuziek kennen Olof Dreijer wellicht als de ene helft van The Knife. Het Zweedse familiebedrijf schudde de livepodia pakweg vijftien jaar terug flink op met opwindende dancealbums en verwarrende conceptuele shows. Dat Dreijer het clubleven tot in zijn diepste vezels snapt, bewees hij de afgelopen jaren met een rits rake singles als Oni Ayun. Om nog maar te zwijgen over zijn remixen voor Björk en Rosalía.
Strikt genomen is Loud Bloom zijn solodebuut op de lange baan en gezien het bovenstaande zijn de verwachtingen nogal hooggespannen. Helaas lost Dreijer die maar ten dele in. Zijn gereedschapskist lijkt sinds Deep Cuts (2003) en Silent Shout (2006) namelijk niet wezenlijk veranderd. Nog steeds dezelfde nerveus meanderende zaagtandsynths en kekke cumbia- en Afro-invloeden. Ze geven Loud Bloom tegelijkertijd iets uitbundigs en ontzettend vermoeiends mee. Zo krijg ik tijdens het neurotische Blood Lily ontzettend zin om alle vuile borden van het aanrecht te vegen en zit de flipperkast-Afrohouse met de Colombiaanse Diva Cruz (eerder op Dekmantel uit) ook hoog in mijn irritatiezone. Maar als Dreijer tegen het einde van het album een paar keer níet alle knoppen naar rechts draait – zoals in introverte, dromerige tracks als Verbana en Fern Valley – zit je direct op het puntje van je stoel. Durf te kiezen, Olof. Want dit opgewarmde ratjetoe raakt me slechts sporadisch.