Dat ze de meest veelbelovende popartiest van de toekomst was, wisten we al toen Rosalía ons drie jaar geleden omver blies met haar latin-hyperpop-meesterwerk Motomami, waarop de rapper, zangeres en danseres tussen talloze subgenres manoeuvreerde en zowel muzieksnobs als TikTokkers sprakeloos achterliet, terwijl ze ze met vlammen uit de uitlaat voorbij raasde.
Als een soort godin was ze vlak daarvoor in het popwereldje verschenen. Met muziekvideo’s waarin ze met zichzelf speelde terwijl ze naar hentai keek, waarin ze danste op reggaeton tijdens strandfeestjes, waarin ze poseerde in Arca-esque outfits, maar waarin ze ondanks alle seks, zweet en freaky shit toch de indruk wekte van een religieuze verschijning. Niet te evenaren, dachten we, maar surprise: deze duizendpoot verborg nog een pootje of duizend.
Haar nieuwe plaat Lux (‘licht’) is met afstand het album van het jaar, alsmede het type plaat waar recensenten om knokken, ondanks de wetenschap dat woorden nooit recht kunnen doen aan de omvang van het meesterwerk. Een samenvattende tekst zou kunnen luiden dat Rosalía op Lux – als allereerste artiest ooit – de twee totaal verschillende muziekwerelden van pop en klassiek succesvol met elkaar laat samensmelten. Dit doet ze op verschillende manieren. Net als een symfonie is Lux bijvoorbeeld in vier movements opgedeeld. En net als in klassieke meesterwerken liet Rosalía een ingrijpende gebeurtenis in haar leven – de breuk met latinster Rauw Alejandro – het startpunt zijn van een spirituele ontdekkingstocht.
Hierdoor klinkt Lux daadwerkelijk als een symfonie; als een epische reis waarin complexe gevoelens worden onderzocht via verschillende thema’s en invalshoeken, en vanaf verschillende plaatsen en periodes. Dit komt ook tot uiting in het feit dat Rosalía in meerdere talen zingt en grote stijlsprongen en verbintenissen maakt binnen individuele nummers. Zo begint Dios Es Un Stalker, een song met teksten die uit een Verdi-opera hadden kunnen komen, met sombere bassen die gaandeweg plaatsmaken voor verlichtende strijkers en wordt in La Perla een wals à la Strauss gecreëerd uit latinklanken.
In lijn met de klassieke meesterwerken pakt Lux uit als een wonderschone tragedie. ‘Sein Blut ist mein Blut’, ademt Rosalía in Berghain, alsof ze liederen van Schubert voordraagt. ‘I’ll fuck you till you love me’, dreigt de krakende stem van Yves Tumor in het slot. Haar emotie, overal aanwezig op Lux, onthult dat Rosalía hier geen rol speelt, maar echt te maken heeft gehad met mannelijk kwaad. In Mio Cristo Piange Diamanti, een eigentijdse aria in het Italiaans, wendt ze de geest van operazangeres Maria Callas aan om aan een verwerkingsproces te beginnen. ‘You’re the most beautiful hurricane I’ve ever seen’, haalt Rosalía uit en ze klinkt zo overdonderend echt dat ze een stukje trauma rond menselijke orkanen in mij raakte.