Weinig gitaristen zijn veelzijdiger dan Marc Ribot. Hij dook voor het eerst op aan de zijde van soulhelden als Solomon Burke (op diens beroemde liveplaat Soul Alive!), nam vervolgens de afslag linksaf naar de jazz met Lounge Lizards, speelde bij iedereen van Tom Waits en Marianne Faithfull tot Elvis Costello en onze eigen Mathilde Santing, speelt nog altijd een sleutelrol in de wereld van John Zorn, runt rebelse freejazzgroep Ceramic Dog en leverde onder eigen naam een bonte discografie af.
Deze plaat is daar de keerzijde van. We horen Ribot in singer-songwriter-modus, al zijn z’n liedjes dan wel weer lekker rafelig en donker vormgegeven. Het is ook een plaat van de lange adem: sommige liedjes dateren uit de jaren negentig, en een jaar of tien pakte hij de draad weer op met de inmiddels overleden producer Hal Willner. Deze liedjes, deels nog opgetrokken met sporen van hun oorspronkelijke demovorm, ademen een heel intieme sfeer, introvert en vooral geschikt voor de latere uurtjes.
Dat Ribot eigenlijk niet kan zingen is best overkomelijk, want het omringende gitaarwerk (plus de spaarzame bijdragen van de overige muzikanten) geeft mooi wat reliëf. Niet direct het Marc Ribot-album dat ik het vaakst uit de spreekwoordelijke kast ga trekken, wel de moeite van het beluisteren waard.