De eind vorig jaar uitgebrachte reissues van Gish en Siamese Dream maakten nog eens pijnlijk duidelijk waarom de draak Zeitgeist (2007) een geforceerde poging van Billy Corgan (45) was om de oude magie te doen herleven. Maar laten we het eens van zijn kant bekijken. Andere band? Steek je vinger op als Zwan (2003) je is bijgebleven. Solocarrière? Wie zet TheFutureEmbrace (2005) nog regelmatig op?
Corgan zit in een lastige positie: hij heeft zijn stempel allang gezet, maar wil nog steeds gehoord worden. En hij was The Smashing Pumpkins, dus waarom de naam niet meer gebruiken? Het benoemen van de huidige huurlingen voelt bijna overbodig. Maar drummer Mike Byrne kan het even robuuste als vloeiende spel van Jimmy Chamberlin niet doen vergeten. Goed, Oceania. Een heel verhaal.
Het is een album in een album, onderdeel van de 44-delige songcyclus Teargarden By Kaleidoscope, thematischgebaseerd op de Tarot. Daarvan verschenen eerder twee EP’s en nu dus Oceania. Verlichte breedbekkikker Corgan opent de plaat vertrouwd met Quasar: ‘God; right on! Krishna; right on!’ Muzikaal is dat een herkenbaar staaltje psychedelische bulldozerrock in de lijn van Cherub Rock, maar toch minder intens.
Het tempo van de plaat gaat snel omlaag: Oceania bestaat grotendeels uit, uh, alternatieve powerballads. Melancholische en meeslepende rocksongs als Panopticon en The Celestials die vrij groot worden opgeblazen. Proggy bijna in de titelsong, en de synthwave van Adore horen we ook terug. De kracht van Oceania schuilt niet in afzonderlijke parels maar in de romantisch-spirituele sfeer van het geheel. Corgan haalt zijn niveau maar stijgt niet boven zichzelf uit en verrast nergens. De grote winst na Zeitgeist: het geforceerde is eraf. Corgan predikt voor eigen parochie, maar die heeft er met Oceania weer een degelijke Pumpkins-plaat bij.