Van alle ex-Beatles had Paul McCartney begin jaren zeventig de meeste moeite om zijn solocarrière vorm te geven. De eerste platen van zijn nieuwe band Wings flopten genadeloos. Pas met de singles My Love en Live And Let Die poetste hij zijn blazoen een beetje op.
Met dat doel nam hij in 1973 een televisiespecial op, James Paul McCartney, die ook in Nederland werd uitgezonden. De reacties op dat programma waren wisselend. McCartney dansend en granny music spelend was niet waarop de fans zaten te wachten, maar de live met de band gespeelde stukken kregen wel de handen op elkaar.
Een jaar later deden McCartney & Wings een nieuwe poging onder de titel One Hand Clapping. Vier dagen lang speelden ze voor de camera nummers live in Abbey Road. Ondanks het succes dat hij inmiddels genoot met het album Band On The Run, werd de special nooit uitgezonden en belandden de geluidsopnamen op de plank.
Het afgelopen decennium werden enkele opnamen uitgebracht als extra tracks op de archive collection heruitgaven van Band On The Run en Venus And Mars. Daartussen zaten het fraaie Let’s Love, later uitgebracht door Peggy Lee, en een indrukwekkende solouitvoering van Nineteen Hundred And Eighty Five. Maar de band nam nog veel meer materiaal op, dat nu voor het eerst verschijnt op het dubbelalbum One Hand Clapping.
We horen ronkende uitvoeringen van Junior’s Farm, Sally G, Tomorrow, Wild Life, Hi Hi Hi en Danny Laine’s Moody Blues-hit Go Now. En McCartney solo op akoestische gitaar, waarbij in Peggy Sue en vooral I’m Gonna Love You Too opvalt hoe verwant zijn manier van zingen en spelen is aan die van Buddy Holly. Paul McCartney en Wings in topvorm en alleen al om die reden meer dan de moeite waard. Zo’n vergeten project waarbij je je afvraagt wat voor moois hij nog meer in zijn archiefkasten heeft rondslingeren.