De leden van The Jesus Lizard hadden gemakkelijk kunnen genieten van hun noiserockpensioen. Vredig op een parkbankje kijken hoe hun telgen, die luisteren naar namen als METZ, Pissed Jeans, Chat Pile en IDLES, in de speeltuin spelen. Zo nu en dan eens – onder luid gekreun en gekraak – opstaan om de jonge honden even te helpen en hun snotneus met een sonische snoetenpoetser te lijf te gaan.
Toch komen David Yow en de zijnen nu, 26 jaar (!) na hun laatste plaat, doodleuk met een nieuwe worp. Die begint met waar Blue (1998) mee eindigde: droge riffs en grommende baslijnen die vol dreiging zitten en op uitgekiende momenten tot uitbarsting komen. Vernieuwend is het allang niet meer. Daar is het de band ook niet om te doen, zo lijkt het. Rack (naar goed gebruik een vierletterwoord) klinkt als de logische plaat van een band waarvan de leden nog steeds vrienden zijn en regelmatig op het podium klimmen, omdat dat simpelweg is wat ze het beste kunnen. Net zoals platen maken die vol staan met kwalitatief hoogstaande noiserock.