It’s Always Sunny In… Houston. Ze houdt van de brandende augustuszon en van de bries uit de Golf van Mexico (já, Mexico). Tijdens homecoming in 1995 werd ze voor het eerst high bij de watertoren. Oma’s huis weet ze te vinden met de ogen dicht. Kortom, het is háár stad (Houston Belongs To Me).
Om de rekeningen te kunnen betalen, deed ze haar laatste Bijbel van de hand. Met geld kun je verrekte veel kopen, weet ze, maar zeker géén liefde (Last Hard Bible). Op het Greyhound-station pikte ze een langbenige man op. De trilling in zijn stem joeg de duivel door haar ziel (Traveling On). Uiteraard ging hun sprookje regelrecht naar de verdoemenis (Diamonds And Divorce Decrees). En raad eens? De dingen die hij eerst niet over de lippen kreeg, kan hij nu ineens wél zeggen (Waiting For A Reason To Stay). Verdween hij maar als de rook van haar sigaret (Is Tonight The Night). Ze heeft dringend behoefte aan een thuis weg van huis (Find It Where I Can), een plek waar ze helemaal niets voelt (Half Lit In ¾ Time). Dus íemand, bestel nog een biertje voor haar en ‘keep ‘em coming all night long’ (I Drink Well With Others). De diamantharde twang die Sunny Sweeney – een zangeres wier zwervershart klopt op zes snaren (As Long As There’s A Honky Tonk) – in het onberispelijk gespeelde Rhinestone Requiem pompt, is net zo lekker ordinair als de strassteentjes uit de titel. Een Texaanse dodenmis met vet geluid.