Vlak na de voltooiing van Doomsday Machine in juni 2005 verliet gitarist Christopher Amott de Zweedse metalband Arch Enemy. Zijn motivatie was weg en hij wilde zich concentreren op zijn universitaire studie en het geven van muziekles. Geen slimme zet, zo bleek. De band genoot al behoorlijk wat aanzien, maar steeg met de zesde studioplaat helemaal tot grote hoogten. Doomsday Machine werd de (voorlopig) bestverkopende release uit de geschiedenis van Arch Enemy en zorgde ervoor dat er twee jaar lang non-stop wereldwijd getoerd kon worden.
Tijdens deze zegetocht vervulde Fredrik Akesson de taak van tweede gitarist. Tot het moment waarop Christopher zijn terugkeer aankondigde, ditmaal vlak voordat het gezelschap de studio inging om Rise Of The Tyrant op te nemen. Boze tongen beweren nu dat hij zich enkel met de band herenigde om deelgenoot te kunnen zijn van het succes. Christopher spreekt die geruchten krachtig tegen. Op zo’n manier dat het imposante gegrunt van frontvrouw Angela Gossow en het donderende drumwerk van Daniel Erlandsson worden overschaduwd door veel ordinair snarengepluk.
De vernieuwde samenwerking met broer Michael heeft duidelijk geleid tot de meest gitaargerichte en gevarieerde Arch Enemy-plaat tot nu toe. Veel solo’s dus en prachtige melodieën, maar ook veel gefreak. Het vreselijke Intermezzo Liberté staat zelfs volledig in het teken van gitaren. Liever luisteren we door alle poespas heen en richten ons op de kern. Songs als Revolution Begins, Blood On Your Hands en de titeltrack bevatten namelijk dezelfde basiskwaliteiten als het materiaal van Doomsday Machine. En we weten wat er met dat album gebeurd is.