Friko is het troetelkind van de Amerikaanse indiescene. Ze ontsproten aan Hallogallo, een netwerk van muzikanten uit de Chicago-underground. Debuut Where We’ve Been, Where We Go From Here (2024) leidde tot trompetgeschal. Pitchfork toeterde over een ‘generational passing of the torch’ en Rolling Stone sprak van ‘a sweeping, emotionally maximalist debut’. NME zette de band zelfs op de cover.
Die eerste plaat dicteerde het format met theatrale zang, opgefokte gitaren en barok uitwaaierende arrangementen. Dit alles stond haaks op de motorische krautrock van Neu!, naamgever van hun bakermat. Het album schoof Friko eerder tussen Arcade Fire, Bright Eyes en Broken Social Scene, ofwel indierock met ambitie. Voor de opvolger klopte de band – weinig verrassend – aan bij producer John Congleton, Grammy-winnaar, beroepsvergroter van emoties en bekend van St. Vincent, Angel Olsen en Swans. Op Something Worth Waiting For slaat het dramagehalte ver uit in het rood.
Zwaar ademend stort zanger/gitarist Niko Kapetan een overload aan gevoelsexcessen uit, alsof iedere regel het slotwoord is van een hoogdravend pathos. Daaronder stapelt de band crescendo’s, laat strijkers aanrukken, gooit zich in close harmony en smeert pianomotieven maximaal uit. Emo-apotheose Certainty voelt als het ongewenst deelnemen aan oerschreeuwtherapie met Porridge Radio’s Dana Margolin. ‘They leave you breathless’, concludeert Paste Magazine treffend. Friko bedrijft emotioneel uitvergrote indierock met muzikale overacting. Ze worden vast heel groot.