Na het lezen van het interview met puntjudith elders in deze OOR trek je al snel de conclusie dat Judith Rijsenbrij een van de interessantste Nederlandse debutanten in een hele lange tijd moet zijn. En dat doe je dan alleen al op basis van haar verhaal. In dat verhaal is verbinding het sleutelwoord.
De muziek van puntjudith kun je je dan ook voorstellen als een rode punaise midden op een prikbord, met draadjes verbonden aan ideeën en inspiratiebronnen. ‘Ondergronds in een grote torenflat waar Eefje de Visser en James Blake elkaar ontmoeten onder een discobol’, zo beschrijft collega Willem Jongeneelen het geluid van de Amsterdamse. En dat is soms treffend, maar soms ook niet. Want ja, debuut Stad Van Glas bevat hemelse zangharmonieën, spookachtig pianospel en broeierige elektronica. En sommige songs, zoals Naar De Stad, hadden misschien ook wel op Nachtlicht of Bitterzoet kunnen staan.
Maar Stad Van Glas bevat ook euforische blazers en machtige refreinen (Blauwe Winter), stadium ready percussie (Blijf), soundscapes en spoken word (Klaprozen) en edgy artpop à la Lady Gaga of Merol (IJsberen). De teksten zijn daarnaast niet dromerig. ‘Nieuwe wetten, gekocht geluk, lees het nieuws; het systeem is stuk’, becommentarieert ze vurig in Lopen Naar Het Licht, een hit in de stijl van Froukje. Maar eigenlijk doe je puntjudith tekort met al die vergelijkingen. Stad Van Glas is simpelweg een klapper van een debuut vol diepgang en hits.