Het verhaal van Olivia Dean is niet zo bijzonder. Zoals wel meer popzangeressen werd de 26-jarige ontdekt in de Britse dancescene, fungerend als achtergrondvocalist van Rudimental. Toen Emeli Sandé ziek was, viel Dean in. Dat beviel Rudimental zo goed dat de zangeres een niet langer naamloze gastrol mocht spelen op een van hun platen.
Vaak volgt een doorbraak dan snel. Kijk maar naar Sandé. Maar niet bij Dean. Dertien jaar duurde het voordat ze met een soloplaat op de proppen kwam. Mogelijk omdat Dean geen vocale krachtpatser pur sang is, die je op basis van haar stem met veel momentum in de markt wil zetten (zie wederom Sandé), maar veel meer een zangeres die je de komende vijftig jaar op festivals als North Sea Jazz kunt uitnodigen.
Dean is kortom geen talent met een instant wow-effect, maar wel eentje met subtielere, tijdloze talenten. Die talenten komen weer ruimschoots aan bod op The Art Of Loving, haar tweede plaat. Twaalf gedetailleerd geschreven liedjes lang bezingt Dean alle aspecten van de liefde. Ze legt uit, maar stelt ook vragen. Het dansbare doch droevige Man I Need gaat over de noodzaak van communicatie en volgt op een ontroerende ballad waarin Dean pijnlijke vragen stelt: “Who would do that to a friend, let alone the one you love?’
Ze uit zich met een stem die geregeld doet denken aan Erykah Badu en Esperanza Spalding; geen orkaan, wel een warme bries die alles in de omgeving tot leven wekt en in beweging brengt. Omlijst door kraakheldere blazers, strijkers en elektronische nuances roert Olivia Dean je er continu mee tot tranen, want aan de subtiele schoonheid van The Art Of Loving komt pas een einde wanneer de muziek stopt. Een plaat om te janken dus, zo mooi.