Het is een apart genre aan het worden: platen gemaakt door sterren van weleer, die na hun 80ste nog één keer een mooi statement willen maken. Op die leeftijd is de jeugdige vitaliteit van de rock & roll echt wel voorbij en is elke fatsoenlijke noot die er nog uit komt een cadeautje. Ook halfgoden hebben niet het eeuwige leven. Toch kwamen Bob Dylan, The Rolling Stones, Tom Jones en zelfs Ringo Starr recent met albums die in ieder geval voor hun trouwe fans prima te genieten waren. In dat licht kijken we ook naar The Boys Of Dungeon Lane, het 27ste studioalbum dat Paul McCartney na het uiteenvallen van The Beatles maakte.
Schathemeltje rijk is hij al en zijn plaats in de geschiedenisboeken is verzekerd. Meer nog dan zijn vorige soloplaten maakte hij deze voor de lol. Producer van dienst is de 35-jarige Amerikaan Andrew Watt, die eerder al bij Lady Gaga, Elton John, Pearl Jam en The Rolling Stones bewees op maat een productieconcept te kunnen vormgeven. Waar Mick Jagger, Keith Richards en Ron Wood een strak leren rockjack kregen, zo mocht Paul zich uitleven in melodieën, harmonieën, brede orkestraties en meerstemmige vocalen.
McCartney en Watt maakten de plaat min of meer met z’n tweeën, in sessies verspreid over vijf jaar in Los Angeles en McCartney’s eigen Hog Hill Mill studio in East Sussex. Watt staat bekend als een technisch uiterst vaardige producer. Hij maakt volop gebruik van productietechnieken om de zang zo goed mogelijk uit te laten komen, waardoor McCartney hier overtuigender klinkt dan op zijn vorige platen.
Qua sound laveert The Boys Of Dungeon Lane tussen het doe-het-zelf-album Chaos And Creation In The Backyard en het meer gepolijste Memory Almost Full. De arrangementen en koortjes zijn meer uitgewerkt dan op zijn vorige plaat McCartney III, wat de kwaliteit zeker ten goede komt.
De opening is sterk. As You Lie There heeft een opvallend gesproken intro, kamerbrede meerstemmige vocalen en een Wings-achtige feel. En zowaar ook weer even die rockstem, waar Macca vroeger om bekend stond. Lost Horizon heeft eveneens een lekkere seventies-sound. De single Days We Left Behind is een mooie, sober verpakte ballad met zo’n klassieke McCartney-melodie. Niet voor niets is het liedje al verschillende malen gecoverd, heel mooi zelfs door Ethan Gontar.
Daarna is het vooral genieten van de veelheid aan klankkleuren en ideeën. Life Can Be Hard begint als een granny-liedje, maar wordt dan briljant uitgewerkt. Days We Left Behind, Down South en Momma Gets By zijn aandoenlijke jeugdherinneringen, die ook ons terugbrengen in onze jongste jaren. Echo’s uit het Beatles-verleden zijn er ook: de blokfluiten uit The Fool On The Hill (in Never Know) en Salesman Saint, dat begint als een son of Rocky Racoon, om uit te monden in Mexicaanse volksmuziek. Home To Us is een duet met Ringo Starr, vroeger de minste zanger van het stel, maar tegenwoordig de enige die nog klinkt als toen.
Op The Boys Of Dungeon Lane is best wat aan te merken. Niet alle songs zijn even sterk en de leadvocalen kraken soms vervaarlijk. Maar voor iedereen die Paul McCartney een warm hart toedraagt is het een welkom cadeautje.