De in West Virginia opgegroeide Americana-artiest John R. Miller ontwikkelde zich van punkende teenager tot slapeloze Manson-lookalike met een voorliefde voor Steve Earle en John Prine en een zucht naar acid (‘When I did a lot of drugs / We sat and looked at oriental rugs’) en alcohol (‘Day drinkin’ / I just run out of reasons not to’). Hij is een voormalig tourlid van The Hackensaw Boys en wordt bewonderd door Tyler ‘koala’s met soa’s’ Childers.
Miller nam zijn nieuwe album op in Leon Russells Church Studio in Tulsa, Oklahoma. The Great Unknowing is geen slecht werk, maar anders geproduceerd – zonder al die psychedelische poespas en donkere gitaarmuren, al die Static And White Noise, om de titel van een liedje te citeren – had het beter kunnen zijn. De bereisde singer-songwriter maakt de meeste indruk in traditionele countrynummers als het old-timey Daughter Of Night en het super twangy If You Could Only See Me Now. Soms weet hij prikkelende politiek-kritische poëzie uit zijn pen te wringen: ‘Folks get scared, surveillance gets tighter / Jails get fuller but they ain’t getting any whiter.’ En: ‘She don’t go back home no more / Not since she lost her dear old papaw / Who said he must’ve killed about a hundred nazis / Back before they were protected by the law.’