Beth Orton verschiet op haar achtste album regelmatig van toestand. Vast, vloeibaar, gas; voor alles is een moment op The Ground Above. Het is na het schitterende Weather Alive het tweede album dat ze zelf produceert – of liever boetseert, opbouwt en samen met haar band uit de lucht trekt. Binnenkomer en titelnummer The Ground Above wijkt nog niet veel af van wat eerder kwam: ruimtelijk als een ECM-plaat, gestrooide akkoorden, gedempt koper en Orton die er met haar spaarzame articulatie doorheen komt.
‘I’m invincible as grief’, ook goeiedag. Maar het eerste liedje blijkt een patroon dat we vaker gaan zien: gaandeweg komt er meer vorm, meer structuur en worden we uitgeleide gedaan met roffelende drums. Alles smaakvol en beleefd, dat wel, maar ook vast en tastbaar. Op meer plekken wordt er geschoven: Cigarette Curls begint al net zo ongrijpbaar, maar langzaam duiken de contouren op van een soulbar, met kaarsjes op tafel en dan klinkt er zelfs een gitaarsolo, tot alles weer verdwijnt.
Het gefrustreerde Waiting is ook zo’n moment: steeds duidelijker omlijnd, bijna country, en dan is alles weer weg. John Martyn-met-cowboyhoed is nog steeds een referentie, maar Ortons liefde voor details en een vleugje elektronische manipulatie zorgt ook dat er hier en daar haast Radiohead-achtige passages opduiken. En ondertussen glipt ze weer weg, een andere toestand in, niet met een klap maar subtiel, haast zonder dat je ’t doorhebt. Wederom een prachtplaat, waar we weer drie jaar mee vooruit kunnen.