Meer dan drie jaar na het overgeproduceerde sciencefiction-conceptalbum The Light Saw Me staat Jason Boland weer met beide benen op de grond. Oké, de man uit Oklahoma is nog steeds ‘cookin’ on another planet’ door de wiet, maar hij fantaseert gelukkig niet meer over aliens en UFO-ontvoeringen. Of misschien ook wel, maar dan valt hij ons daar niet mee lastig.
‘Nowadays it’s beaujolais and reefer’, zingt hij met zijn diepe bariton in Next To Last Hank Williams. De autobiografische openingstrack van Bolands elfde studioplaat heeft zo’n refrein dat meteen z’n kamp opslaat in je kop. ‘Take me back to Austin’, verzoekt zijn vrouw hem een paar liedjes later, ‘I’ve gone crazy in the woods’ (wij herkennen die wens: tijdens een concert van Boland in de Oost-Texaanse bossen gaf een roedel roodnekken ons het gevoel dat we maar beter héél snel konden opsodemieteren naar de stad). Met The Last Kings Of Babylon hervindt Boland zijn oude vorm. Ditmaal geen vergezochte cowboypsychedelica, maar gewoon vertrouwde Red Dirt, de down to earth country-, folk- en rocksound die zijn naam ontleent aan de kleur van de grond in Bolands geboortestaat.