Jazz Is The Teacher, zei technogoeroe Juan Atkins ooit. Ook Jeff Mills kreeg die les met de paplepel ingegoten. De Afro-Amerikaanse technoproducer kroop in 2016 voor het eerst de studio in met twee Japanse jazzartiesten voor het project Spiral Deluxe. Ook landgenoot en toetsenist Gerald Mitchell (Los Hermanos, Underground Resistance) schoof aan. Na twee EP’s en debuutalbum Voodoo Magic (2018) is The Love Pretender hun tweede langspeler.
Jazzy improvisatie vormt opnieuw de kern van het album. Mills stuurt zijn roemruchte 909-drumcomputer langs kronkelpaadjes, terwijl Mitchell zijn Rhodes-piano aanhaakt en Kenji Hino de lippen aan het koper zet. Voeg daarbij de warme baslijnen uit de Moog van Yumiko Ohno en je krijgt een behaaglijk vuur. Soms iets te behaaglijk naar mijn smaak. Je zou willen dat er af en toe wat gemene vonken uit de haard schieten. Op hun best is het kwartet als niet de improvisatie maar de groove centraal staat, zoals in het fantastisch stuwende The Drive of het met plukbas gespeelde The Power Of Miracles. Techno ga je op dit gemoedelijke album niet vinden. Wel warmte in overvloed. Bovendien bewijst Jeff Mills andermaal hoe veelzijdig hij is.