Een mathematisch tikkende ritmebox, kraakhelder klinkende, roerend melodieuze gitaarpatronen en geen zang. In postpunkjaar 1980 was dat een hoogst ongebruikelijk geluid, al heb ik stiekem altijd wel gedacht dat The Cure voor doorbraakplaat Seventeen Seconds uit datzelfde jaar op zijn minst enige inspiratie leende van The Durutti Column. Dat was (en is) de eenmansband van Vini Reilly, een man die er nog altijd zo ijl uitziet als zijn gitaar klinkt.
The Return Of The Durutti Column was zijn korte, maar in al zijn pastoraal en mystiek klinkende schoonheid uiterst krachtige debuutalbum, eigenlijk nooit overtroffen. Dat kwam ook door de inbreng van de legendarische producer Martin Hannett, die exact de juiste akoestische ruimte koos voor deze unieke vlechtsels. Hij leverde ook twee elektronische probeersels van eigen hand, op flexidisc gevoegd bij de eerste oplage. Die is vooral berucht om de schuurpapieren hoes, een knipoog naar het ‘situationistische’ boek Mémoires van Guy Debord en Asger Jorn uit 1959, en een ramp voor omringende platen.
Die hoes werd kennelijk in elkaar gelijmd door leden van Joy Division, want ja, The Durutti Column verkeerde in kringen rond het Factory-label te Manchester, met alle ‘situationistische’ trekken van dien. Dat schuurpapier is voor een deel van de vinyloplage van deze reissue weer in ere hersteld (reken niet op knip- en plakwerk van het nog altijd ruziënde New Order-kamp), maar inhoudelijk interessanter is de dubbele cd-editie.
Aangevuld met los uitgebrachte nummers (opvallend vaak vernoemd naar vrouwen), demo- en thuisopnames (soms lekker krakkemikkig, maar ja, 1978), pogingen tot zingen (dat ging ‘m later in zijn carrière beter af) en liveopnames, waarop Reilly soms nogal doorslaat richting jazzrock (Self-Portrait). Een royaal gevuld monument voor een bijzonder, waarschijnlijk onvermoed invloedrijk debuut.