Opgepast: namedropping. Maar elke liefhebber van ‘ouderwetse’ Amerikaanse indierock zal het door de vingers zien, want dit debuut van het via Athens, Georgia (daar ga je al) in Brooklyn neergestreken kwartet Hiding Places vráágt er nu eenmaal om.
Na tien goedgevulde gitaarsongs – harde en zachte, duwende en trekkende, trage en iets minder trage – vol drama, kwetsbaarheid, vuur, twijfel, panoramische vergezichten, diepe verstilling en zelfs een woeste gitaarsolo (One Hand) heb je ze allemaal afgevinkt: Yo La Tengo, Low, Built To Spill, Sebadoh, de hele Elephant 6-school (Apples In Stereo, Neutral Milk Hotel, Olivia Tremor Control), alles wat we in de vorige eeuw onder college rock zouden scharen en zelfs een eigentijdse naam als Wednesday.
Of, welja, de enige Nederlandse afgeleide die in dit spontane muzikale museumpje mag hangen: Bettie Serveert. Wat overigens niet wil zeggen dat Hiding Places niets eigens heeft; daar zorgen de – al dan niet gezamenlijke – zangpartijen van Audrey Keelin en Nicholas Byrne wel voor, en anders wel het behoorlijk sterke songmateriaal. Verder weten ze de plaat knap van een soort auditieve glijbaan te duwen: het gaat tamelijk naadloos van noisy indierock (de eerste twee songs) naar bijna stilstaande geluidskunst (de laatste drie). Juist, nóg iets wat ons niet bekend voorkwam. Hebben we toch nog een bijzondere band te pakken.