Zoals George Martin bij The Beatles hoorde en Tony Visconti bij David Bowie, zo hoorde producer Rick Rubin bij de Red Hot Chili Peppers: liefst een kwart eeuw lang gaf hij ze hun signature sound en maakte hij heel wat hoogte- en dieptepunten mee.
Voor eeuwig vergroeid, zou je zeggen, maar nee dus: voor The Getaway werd Brian Burton alias Danger Mouse (o.a. Gnarls Barkley, Gorillaz, Beck, Black Keys) gestrikt, terwijl de mix in handen was van Radiohead-producer Nigel Godrich. Van dik hout ingeruild voor verfijning. Maar maakte het wat uit? Ja en nee. Ja, want de hand van Danger Mouse is bij vlagen duidelijk hoorbaar, ook omdat hij zijn maatje Daniele Luppi meebracht, de arrangeur met wie hij een voorliefde voor Italiaanse soundtracks gemeen heeft. Op The Getaway komen dus regelmatig ineens zwierige strijkersarrangementen en subtiele pianothemaatjes voorbij. Ook de drums van Chad Smith, normaliter een steenhouwer van het vierkante soort, klinken een stuk eleganter. Het moet gezegd: het staat de heren goed, wat raffinement, zeker nu iemand als John Frusciante dat niet meer kan bieden. Want voor de rest – om de tweede helft van het ‘ja en nee’ nog even aan te snijden – biedt The Getaway niet héél veel nieuws onder de zon.