Er zit ontspanning in de liedjes op het vijfde album van singer-songwriter Aldous Harding. Haar eerste albums waren eerder introvert, maar sinds Designer (2019) en Warm Chris (2022) kruipt de Nieuw-Zeelandse langzaam verder uit haar schulp. Folk vermengd met indiepop is en blijft de basis op Train On The Island. Vaste producer John Parish (PJ Harvey, This Is The Kit) is weer van de partij, net als multi-instrumentalist H. Hawkline.
I Ate The Most is de verstilde binnenkomer, waarin Harding onderkoeld zingt, afgewisseld met flarden dwarrelende elektrische gitaar, gedragen door verfijnde synths en een vederlicht orgel die het nummer cachet geven. Ook One Stop is, hoewel schaars geïnstrumenteerd, rijk in klank. Een melodieuze piano bepaalt het tempo en een invallende akoestische gitaar zorgt voor warmte, waarna de meerstemmige zang in het refrein de afmaker is. In Worms steelt de lome pedal steel van Joe Harvey-Whyte de show. Venus In The Zinnia eindigt frivool met een heerlijke pianopartij en Polar Bear-drummer Sebastian Rockford geeft schwung aan If Lady Does It. Het licht melancholieke titelnummer is subtiel maar doeltreffend, met een Franse jaren zestig-sfeer. De zelfverzekerd klinkende, eigengereide Harding weet op Train On The Island te verleiden met geraffineerde liedjes waarin vooral onder de oppervlakte een hele wereld schuilgaat.