Een feestje bouwen, je kunt het wel aan de mannen van Triggerfinger overlaten. Ze bestaan twintig jaar en dat vroeg om een aantal jubileumconcerten en een machtige overzichtsbox met vier lp’s, drie cd’s en een fotoboek, waarin te zien is hoe de haren grijzer en de kostuums duurder werden.
Met de vormgeving is niets mis (de absurdistische schilderijen op de lp-hoezen zijn van Sarah Yu Zeebroek) en tijdens de uren aan muziek komen tal van verrassingen voorbij. Om te beginnen zijn er twee lp’s (1 cd) genaamd TF 20 Best, met steeds van alle vijf de studioalbums vier vooral ronkende rocksongs. Ook op Live – met niet eerder verschenen opnames uit 2018 van optredens in de AB en op Pinkpop (met Geoffrey Burton als tweede gitarist) en uit 2014 van de show in Vorst Nationaal – is het voornamelijk dampen, scheuren en rocken. Drie songs dubbelen met de selectie studiosongs (terwijl podiumkraker My Baby’s Got A Gun vreemd genoeg ontbreekt); die mogen aantonen dat de groep live soms van een andere planeet stamt. Bijvoorbeeld in het qua groove, opbouw en songstructuur afwijkende Colossus (met naast Monsieur Paul ook Ruben Block op bas, en drummer Mario Goossens die voor de eigen minutes of fame mag gaan met een weinig vloeiende, technisch ingewikkelde drumsolo) en in de cover Funtime (Iggy Pop), die bijna spreekwoordelijk voor het speelplezier als uitsmijter dienst doet. Het leukste zijn de elf extra’s op Vault: covers (een paar subtiele van Randy Newman en Chaka Khan, één heerlijk catchy van INXS) en opnames van speciale live-evenementen: zanger Ruben Block als intermezzo tijdens een wedstrijd voor klassieke muzikanten begeleid door strijkers in het eigen Love Lost In Love en de hele band met Selah Sue in Mercy (Duffy) tijdens een soundclash. Ook bijzonder zijn de zes Re-Recordings At Fuzzbox, met veel elektronica en Burton als gitaarwonder. Hoogtepunt van Vault is Man Down, de groovy hit van Rihanna, hier gespeeld in een mash-up met de riff van Kashmir van Led Zeppelin. Ook opvallend: de grootste eigen hit, de cover van Lykke Li’s I Follow Rivers, is in geen velden of wegen te bekennen.