Riotgaze. Als het aan de Canadese tweelingzussen Mercedes en Phoenix Arn-Horn lag, stond dát als genreaanduiding boven deze recensie. Het is hun zelfbedachte term voor een geluid dat Softcults boze shoegaze, grunge en dreampop omvat. Die woede komt voort uit de tijd in Courage My Love, waar de verziekte muziekindustrie hen vol raakte. Schoppen tegen machtsmisbruik, misogynie, manipulatie en patriarchale structuren vormt sindsdien de onderlaag van alles wat Softcult maakt.
Die radicale autonomie is deels terug te voeren op hun jeugd. Ze kregen thuisonderwijs van een moeder die geen enkel vertrouwen had in het systeem en groeiden daardoor op in een context waarin eigen regie de norm was. Hun magazine SCripture is de plek waar ze hun frustraties naartoe trekken voordat deze in een lied belanden. Tegen die achtergrond verrast de zachte opening van debuutalbum When A Flower Doesn’t Grow. Met een fluisterstem ergens diep in de mix ademt Pill To Swallow Lush. Daarna zet de plaat aan. 16/25 gromt, She Said, He Said trekt de boel strak, Hurt Me trapt de deur in en Tired slaat op de ontsteker: ‘Tired of self-deprecation / Tired of exploitation / Tired of deprivation / Tired of your sick obsessions.’ De rij is langer. Softcult is de zelfgekozen wedergeboorte na een beschadigende episode en When A Flower Doesn’t Grow is de vlijmscherpe uitkomst.