Willie Nelson mag dan 92 zijn, hij blijft naar de studio komen. Het personeel daar durft hem niet weg te sturen (zo van: hup ouwe, ik tel tot drie en dan ga jij eens even heel snel van je pensioen genieten), want het is toch Willie hè.
Niet zomaar een Red Headed Stranger. ‘Ik was al oud voordat het in de mode was’, aldus de man zelf, wiens bandana volgens collega-countryzanger Kinky Friedman zelfs ouder is dan de lijkwade van Turijn. Door de jaren heen heeft Nelson voor uiteenlopende artiesten een tributealbum opgenomen. Niet voor Kinky, wel voor onder meer George Gershwin, Ray Price, Frank Sinatra en Rodney Crowell.
De 155ste plaat van ‘The Willie’ is gewijd aan ‘The Hag’. Net als de Texaan Nelson was de Californiër Merle Haggard (1937-2016) een rebelse outsider die de regels van Nashville aan zijn cowboylaars lapte. Op Workin’ Man (Merlechandise was een leukere titel geweest) brengt Nelson elf Haggard-klassiekers van de bar naar het bejaardenhuis. Waarom luisteren naar deze krachteloos geraspte bewerkingen als we ook de elektrische, vitaal klinkende originele uitvoeringen kunnen opzetten? Workin’ Man is toch een beetje het muzikale equivalent van Night Of The Living Dead.