Het Vlaamse Doodseskader is een vehikel van twee muzikale maten, die elkaar gevonden hebben in het afgieten van hun demonen in kneiterhard muzikaal beton. Het zijn persoonlijke kwalen die ze in hun andere bands, waaronder Amenra, Kapitan Korsakov en PAARD, niet kwijt kunnen.
Waren hun eerste releases (de EP Year Zero en het album Year One) een afrekening met hun verleden, inclusief rudimentaire mix van industrial, grime en brute metal, op Year Two staat het afgelopen jaar – en dus vooral verse littekens – centraal. Alhoewel, littekens: de luisteraar kijkt nog recht in de gapende wonden en is zo deelgenoot van het helingsproces. Niet alleen de problemen lijken meer introspectief en volwassen, ook de bijbehorende muziek vertoont verdieping. Van de slepende opener Pastel Prison en de gelaagde, Dälek-achtige hiphop in Bone Pipe tot de ballade Future Perfect (A Promise) – het is allemaal wat minder gericht op de onderbuik. Met titels als I Ask With My Mouth, I’ll Take With My Fist en People Have Poisoned My Mind To A Point Where I Can No Longer Function is het nog steeds niet erg subtiel, maar de initiële woede van hun eerdere platen is kwalitatief zeker ten goede gekanaliseerd.