Postpunk is een prima vertrekpunt, maar een belabberde woonplaats. Zodra de formule is uitgewerkt, kun je jezelf oeverloos herhalen of opkrassen. Yard Act koos voor het laatste. Eigenlijk waren ze op hun debuut The Overload al op zoek naar de rek van het genre. James Smith bevolkte de tracks met zelfverklaarde grootheden, bezien door zijn mild geringschattende blik.
Op het overvolle Where’s My Utopia? kreeg Yard Act iets te veel interesse in, nu ja, Yard Act. De bijbehorende tour groeide uit tot een kolderieke zelfviering vol zangeressen en infantiele toneelstukjes, waarin de muziek compleet verzoop. Disco, funk, hiphopbeats, samples: alles mocht meedoen.
You’re Gonna Need A Little Music klinkt alsof de band zelf ook even moest bijkomen. Er is ballast afgeworpen. Opener Empty Pledges is meteen een dreun, een onheilslawine die klinkt alsof Smith niet kon wachten om een punt te maken. Ergens tussen de arbeiderspoëzie van Joe Hicklin en de snijdende commentaren van Mark E. Smith, fulmineert hij: ‘Hello, I’m doing very well’, maar alles spreekt dat tegen: de horrorstart, de marcherende galeitrom, de ondergrondse basdreun en het desperaat uitgespuugde ‘I’ve got absolutely nothing to say’. Smith heeft zijn bravoure afgeschud en kijkt ditmaal vooral naar zijn eigen tekortkomingen.
Zo legt het introspectieve Janey Said – een nummer aan het andere eind van het emo-spectrum – genadeloos zijn angsten bloot: ‘I’m running on fumes for the band / I’m scared all the seeds we sow won’t grow if the next new tunes don’t land.’ Op You’re Gonna Need A Little Music daalt Smith af en voegt zich bij zijn antihelden: de commentator is deelnemer geworden.