blog
Indie

De 10 van… Arab Strap Pt. 5: Fucking Little Bastards

Over zes dagen is het zover: dan staat Arab Strap, cultband te Falkirk, na een afwezigheid van tien jaar weer op een podium in ons land. OOR’s redactiechef Koen Poolman telt de dagen af en post elke dag een ander favoriet liedje. De vraag is niet of hij het tien dagen lang volhoudt, maar of hij na tien dagen ook echt ophoudt. Vandaag: Fucking Little Bastards uit 2003.

Wanneer vertoont de relatie tussen band en fan de eerste scheurtjes? Ik geloof in de theorie van De Eerste Drie Albums. Na drie platen is het meeste wel gezegd en gedaan. Moeten wordt dan willen, jeugdige overmoed maakt plaats voor volwassen overpeinzingen, het eerste goede idee voor steeds wisselende minder goede ideeën. Met de jaren komt ook de gewenning en de afstomping bij de fan. De verliefdheid wordt liefde, het is aan de veerkracht van de relatie of die stand houdt. De laatste drie Arab Strap-platen zijn niet mijn favorieten. Ik heb ze niet grijsgedraaid. Ook nu ik ze nu weer eens terugluister blijft lang niet alles hangen. Ze hebben zo hun momenten, nummers die me nooit eerder zijn opgevallen, maar over de gehele linie mis ik… nou ja, de oude Arab Strap. Precies om de redenen die ik hierboven schets.

Ook Aidan deelt de discografie van Arab Strap op in tweeën, zegt hij in 2016 in een interview met Noisey. ‘I’m a big believer in the multiples of three idea’, verklaart hij, ‘so the two trilogies sort of thing’.  Het is geen toeval dat zwanenzang The Last Romance (2005) afsluit met een feestelijk There Is No Ending en ‘fuck it!’ op het eind. Het is de ferme punt achter de tweede trilogie. Dat daarmee tevens het boek Arab Strap definitief gesloten wordt, dat wisten ze toen zelf ook nog niet.

The Red Thread (2001), Monday At The Hug & Pint (2003) en The Last Romance, alle drie geschreven na Aidans verhuizing van Falkirk naar Glasgow, het zijn mooie platen, maar ook: donker, zwaarmoedig, serieus, volwassen, evenwichtig, misschien wel té veel in balans. De gammele formule van drumcomputer + gitaar + Schots gebrabbel is gaandeweg de jaren steeds bedachtzamer ingevuld door gastspelers, piano, violen en andere folkinvloeden. Soms lijkt er wel een klein kamerorkest te spelen, zo vol is het geluid. Steeds minder vaak praat Aidan de minuten vol, beduusd over alles wat hij vorige nacht nou toch weer heeft meegemaakt, of wat hij er zich nog van herinnert. Hij is het declameren van zijn straatpoëzie een beetje beu en ontpopt zich meer en meer als crooner, zij het een gemankeerde. Maar geldt dat niet voor de grootste stemmen in de rock?

Ook tekstueel waait er een andere wind. De sombere toon van The Red Thread heeft alles te maken met zijn breuk met Laura en andere persoonlijke shit. Daarna volgen twee jaren vol hedonistisch vluchtgedrag, resulterend in het ‘schizofrene’ Monday At The Hug & Pint, waarop ‘van alles tegelijk aan de hand is’. Het is, in Aidans woorden, bijna het perfecte album, gelegd langs de meetlat van Tom Waits’ Rain Dogs: een plaat met een begin en een eind, die alle kanten opschiet, maar qua sfeer toch één geheel vormt. ‘Een compleet eigen wereld die je binnentreedt en waar je 50 minuten kan vertoeven zonder ergens anders aan te denken.’ (De gelijknamige pub opent overigens pas ná het album.) Op het laatste groepsalbum The Last Romance is die betovering wel uitgewerkt. Alleen de opening (Stink) en finale zijn spetterend.


Arab Strap backstage op Lowlands 1999, gefotografeerd door Michel Mees: v.l.n.r. Gary Miller (bas), Aidan Moffat (zang/keyboards), David Gow (drums/keyboards, hij zou later samen met achtergrondzangeres Adele Bethel naar Sons And Daughters verkassen) en Malcolm Middleton (gitaar)

Toen ik Aidan februari 2001 in een restaurant op de Oude Leliestraat in Amsterdam mocht interviewen, toonde hij al een heel ander gezicht dan de laatste keer, backstage op Lowlands 1999. Toen werd hij door de security van het festivalterrein verwijderd omdat hij de kleedkamer sloopte en er met de kapstok vandoor ging (ik was er zelf niet bij, het verhaal is me later ingefluisterd. Aidan was erg dronken). Anderhalf jaar later dronk hij Duvel alsof het water was, maar deed hij ook aan zelfreflectie en durfde inspiratie te zoeken bij zijn twijfels en verdriet.

De albumtitel The Red Thread, vertelde hij, verwoordt ‘de twijfel die als een rode draad door de teksten loopt’. Hij zei dat hij over onderwerpen had geschreven die hij nooit eerder had durven oppakken. Zoals Haunt Me, een advies van opa aan de kleine Aidan. Of The Devil-Tips, waarin hij beschrijft hoe hij zijn tien jaar jongere broertje Gavin helpt bij het aankleden voor de begrafenis van zijn vader. ‘Ik had nooit gedacht dat ik over zulke dingen zou durven schrijven. Maar ik wilde iets nieuws proberen. The Devil-Tips is het meest gevoelige en persoonlijke nummer dat ik ooit geschreven heb. Vele malen moeilijker dan die liedjes over meisjes.’

Van de drie albums na de eeuwwisseling is Monday At The Hug & Pint wel de beste. Het bevat Aidans favoriete song: The Shy Retirer (zo denkt ie er in oktober 2016 althans over), én het in zijn ogen beste rocknummer van Arab Strap: Fucking Little Bastards. Met dat laatste ga ik een eind mee. Fucking Little Bastards is een machtig rocknummer dat de gedragen folky sferen van die latere albums combineert met de brute kracht van hun jongensjaren, toen ze samen met Mogwai de boel op stelten zetten. Het is bijna The Birthday Party, zo gothic en hard. Aidan zelf zet een overtuigende Mark E. Smith neer, compleet met vileine sneer.

Het nummer lijkt, paradoxaal genoeg, een afrekening met alles en iedereen uit die begintijd:
‘I used to think they loved me but now I know it’s pity
And they know that they can always flee this f**king city
They even said they’d help me out and give me a head start
And they know that these days my cock’s as numb as my heart’

Monday At The Hug & Pint had overigens eigenlijk The Cunted Circus moeten heten, maar daar wilde Chemikal Underground niet aan. Het label vreesde dat de winkels de plaat zouden boycotten. De afgekeurde titel werd later gebruikt voor een eigenbeheer liveplaat. Die was alleen online te bestellen.

Lees ook:
Pt. 1: The First Big Weekend (donderdag 8 juni)
Pt. 2: Girls Of Summer (vrijdag 9 juni)
Pt. 3: New Birds (zaterdag 10 juni)
Pt. 4: Cherubs (zondag 11 juni)
Pt. 6: Here We Go (dinsdag 12 juni)
Pt. 7: The Greatest Story Ever Told  (woensdag 13 juni)
Pt. 8: A New Heart (donderdag 14 juni)
Pt. 9: The Parting Song (vrijdag 15 juni)
Pt. 10: Piglet (zaterdag 16 juni)

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket
abo-actie

Word nu lid van OOR en kies je eigen cd-pakket

OOR deelt uit! Neem een halfjaar- of jaarabonnement op OOR en kies je eigen cd-pakket. We hebben de keuze uit ...
Een halve eeuw zonder Jimi Hendrix: zijn 20 beste nummers
special
jimi hendrix

Een halve eeuw zonder Jimi Hendrix: zijn 20 beste nummers

Jimi Hendrix schuift in 1969 aan bij de Dick Cavett Show in een blauwe kimono. Het kledingstuk lijkt op een ...
'Juist het politiek incorrecte maakte de Stones leuk'
muziek in coronatijd

‘Juist het politiek incorrecte maakte de Stones leuk’

Ook voor de popmuziek zijn het ongekende tijden. In dit blog signaleert en bespreekt OOR-columnist Hooijer de ontwikkelingen in de ...

De 10 van… Arab Strap Pt. 5: Fucking Little Bastards (blog) | OOR