blog

Mijn 25 jaar Lowlands

25 jaar Lowlands – dat schreeuwt zo vlak voor de aftrap om een terugblik. Op mijn vakantieadres heb ik er verscheidene voorbij zien komen. In mijn timeline zag ik de persoonlijke hoogtepunten van Lowlandsboeker Ron Euser. Een feest der herkenning; veel van zijn momenten zijn mij ook bijgebleven. Daarom in de auto terug naar Nederland de handschoen opgepakt. Mijn 25 jaar Lowlands: een persoonlijke terugblik langs de eerste rave, somberman’s actie op een klapstoeltje, de regelmatige ontregeling in de X-Ray en de broodnodige herrie in de tent, zoals het een echt festival betaamt.

25 jaar Lowlands. Ik heb alle edities meegemaakt, behalve die van vorig jaar. (Vier weken Thailand met vrienden en kids, ofwel vier vakantieverloven en twee schoolvakanties in verschillende regio’s, het was ook zonder Lowlands al best een puzzel. Ik vind het een geldig excuus.) 24 keer Lowlands dus, als we de komende editie gemakshalve even meetellen. Met dezelfde vriendin. In nog net niet hetzelfde tentje, maar wel steevast op de camping. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen: ik ben een Lowlander. Een oude mopperkont ook, want vroeger was alles beter. En wijzelf jonger, makkelijker verrast en sneller tevreden. Veel van mijn mooiste Lowlandsherinneringen liggen in de beginjaren, toen we nog het gevoel hadden deel uit te maken van een nieuwe muziekervaring. Het totaalfestival. In die jaren heb ik nog wel eens een voet in de Juliet en de Echo gezet. De laatste twintig jaar niet meer. Ik kom voor de muziek. En vooruit, de vriendenclub, die afhaakte, terugkwam, van samenstelling veranderde, verleid werd door BKS, begon te zweven… Afijn, dit jaar zijn we met drie tentjes en veel te veel blikken lauw bier.

Zoals elk jaar heb ik een stuk of tien kruisjes in het programmaboekje gezet. Tegenwoordig hebben ze daar een app voor, reuzehandig. Verder is er weinig veranderd. Als de meute zich naar de Alpha of Bravo verplaatst, sluip ik richting X-Ray. Of de halfvolle Charlie. Zo gaat het al 25 jaar en het bevalt me prima. Dit jaar heb ik Mac Demarco, Car Seat Headrest, At The Drive-In, Ty Segall, Skepta, Vince Staples (of toch het synthlabyrinth van Colin Benders? Keuzes!) aangekruist. Mura Masa, Cashmere Cat, als ‘t zo uitkomt. De zondagavond laat ik traditioneel schieten, waardoor ik Clark en – for old times’ sakeEd Rush mis. De orkestinterpretaties van oude dance classics door het Synthesizer Ensemble van Carl Craig? Ik heb er zo mijn twijfels bij. De laatste fatsoenlijke plaat van de man is bijna even oud als Lowlands zelf. Maar goed, die voorgaande 25 jaar dus, laten we het daar over hebben. De Lowlandshistorie door mijn ogen en oren. Kort door de bocht: hoe gekker, hoe beter, maar zonder gekkigheid. Hard of zacht, alles daartussenin is ruis. En leve de eendagsvlieg!

Alice Donut (1993)

De enige band op Lowlands waarvoor ik ooit een wekker heb gezet. Nooit echt een cultband geworden, laat staan gebleven, ook al trad de loensende zanger op in een lange regenjas met niks daaronder en rept de banddocu waar ik bovenstaande foto uit gepikt heb over ‘de missing link tussen R.E.M. en The Butthole Surfers’. Ik was fan sinds ik ze met False Prophets in Doornroosje had gezien. Ze hadden een paar culthitjes, zoals My Best Friend’s Wife. En ik was daar op Lowlands met de toen-nog-vriendin van een vriend, dus ja. Inmiddels zijn we 25 Lowlandsen samen, het is allemaal goedgekomen. Ook met die vriend. Met de band liep het minder af. Totale vergetelheid, het punkkerkhof van Jello Biafra. Al komt persoonlijke favoriet Egg nog steeds wel eens voorbij op de playlist in huize Poolman. Dan blèr ik in gedachten luidkeels mee: ‘When I was a child, I was well fed / I was smothered with affection / When I was a child, I was so content / So well adjusted / Then I stuck my head out and / I immediately knew: THIS WAS NOT FOR ME! / Such a mess / Such a mess.’ Het leed van de adolescent, door de schele ogen van Alice Donut. Ze hadden goede T-shirts. Ik heb de mijne afgedragen, tot mijn moeder er een poetsdoek van maakte omdat er gaten in vielen.

In die beginjaren had je met The Jesus Lizard (1993), Quicksand (1994), Pavement (1994), Shellac (1995) en Sebadoh (1996) wel meer bands die nooit groter dan het clubcircuit en – het summum – Paradiso zouden groeien. Het waren mijn bands. Ik kan me, mopperkont als ik ben, niet aan de indruk onttrekken dat er nu veel vaker in een veel vroeger stadium een plan de campagne klaarligt dat de bands binnen één, twee jaar via Lowlands naar de AFAS Live of Ziggo Dome moet katapulteren. De kilometers die vroeger in het clubcircuit werden afgelegd zijn achterhaald door radiohitjes, streaming cijfers en social media. Andere tijden, andere bands? Ik ben geneigd te zeggen van wel. Maar goed, Ty Segall, Mac Demarco en Car Seat Headrest op de poster van 2017 logenstraffen deze theorie gelijk. Dus wie ben ik, behalve een oude mopperaar?

Van die allereerste Lowlands kan ik me nog maar weinig herinneren. Volgens mij verkocht ik deels van de tijd Opscene-abonnementen op de toen nog kneuterige Lowlandsmarkt, ergens tussen de twee podia die het festival rijk was. Tussendoor zag ik af en toe een band. Alice Donut dus, en ik herinner me ook optredens van The Jesus Lizard en The Goats. Was ik toen ook bij Quazar? Ik weet het niet meer. Consolidated? Zou kunnen. Het levendigst staan me de vreugdevuren op de zondagavond bij. De bands waren om zes uur ‘s avonds afgelopen, dj’s waren er nog niet, laat staan dansnachten. Het feest was om zes uur voorbij. Verspreid over de hele camping ontstonden die avond vuurtjes, steeds groter. Het was een ordeloos gebeuren. Woodstock revisited. Frisse jongen als ik was ben ik toen nog gaan douchen, terwijl de deuren van de kleine douchegebouwtjes één voor één uit de sponningen werden gelicht en op het vuur werden gesmeten. Eenmaal klaar met douchen was de halve cabine verdwenen, alsmede mijn jas met daarin mijn portemonnee en ov-jaarkaart. Die lagen vermoedelijk te smeulen op een van die brandhaarden. Mijn eerste Lowlands duurde vier dagen. De maandag heb ik op het politiebureau van Biddinghuizen doorgebracht om aangifte te doen. Hoe ik – ver vóór de mobiele telefoon – ben thuisgekomen, weet ik niet meer.

Underworld (1994)

Het Megadog Circus bracht de house en techno in 1994 naar de polder. De cd’s van Underworld en Eat Static hadden mijn studentenkamer al bereikt, dit was mijn eerste echte rave-ervaring. Hoe dicht roem en vergetelheid bij elkaar liggen, blijkt wel uit het feit dat beide live-danceacts destijds als even revolutionair golden. De technohippies (of trancecrusties) van Eat Static waren de drijvende kracht achter het Megadog Circus, een van de eerste rondreizende dancefestijnen in de UK. Ze kwamen als een UFO, van een andere planeet, waar lichtgevende paddenstoelen de weg naar de dansvloer wezen. En zo beleefde Lowlands zijn eerste fullmoon party. Props ook voor Quazar, dat de fysieke ervaring in circus Megadog compleet maakte. Hun cd’s heb ik nooit meer teruggeluisterd, maar live waren Gert van Veen en zijn hysterische dansmariekes in die eerste jaren echt zinnenprikkelend. Quazar op Lowlands is Nederpopgeschiedenis, de start van wat nu geen grenzen meer kent.

The Chemical Brothers (1995)

De eerste keer de Chemicals in een festivaltent was ook écht heel goed. Een aardschok. Die bas, zo vet! ‘The brothers gonna work it out.’ In 1995 geloofden we ‘t allemaal. Jammer dat ze zo lang zijn doorgegaan.

Mieskuoro Huutajat (1996)

Het Finse schreeuwkoor, eerder gezien op avant-garde popfestival Tegentonen in Paradiso. Een voetnoot in de Lowlandsgeschiedenis. Maar misschien ook wel het begin van het rariteitenkabinet dat in de loop der jaren integraal onderdeel van de Lowlandsprogrammering is gaan uitmaken. Al die gekkigheid kan mij doorgaans gestolen worden (voor de polonaise en het confettikanon ga ik wel met mijn kinderen naar de campingdisco), maar deze uit volle borst schreeuwende Finnen, een viking of twintig in totaal, strak in het pak gestoken en keurig in een rijtje opgesteld, cooler komen ze niet. Pure hysterie. Op z’n Fins, dus zo gek als een deur.

Stereolab (1996)

Staat me niks meer van bij. Behalve dat ik het erg goed vond en sindsdien hun platen vaker ben gaan draaien.

Mogwai (1997)

Oerend hard. Beter heb ik Mogwai nooit meer gezien. In mijn herinnering ontstond er een opstootje rond de geluidsman, naar later bleek mijn goede vriend Ajay (ook verantwoordelijk voor het geluid bij o.a. Dinosaur Jr en Sebadoh en voorman van een reeks eigenzinnige bands, meest recent King Champion Sounds en Deutsche Ashram). Zo diep in het rood heeft de decibellenmeter op Lowlands nooit meer uitgeslagen. Het was het jaar van debuut Young Team; gruwelijke tracks als Like Herod, Katrien, Summer. Dat laatste vol ironie. Als de herfstige Schotten iets bewezen, was het wel dat postrock toch het leukst is als je gewoon gaat rocken.

Elliott Smith (1998)

Misschien wel het indrukwekkendste concert dat ik op Lowlands heb gezien. Solo, akoestische gitaar, op een klapstoeltje in wat heel goed de eerste Lima-tent (de Higher Ground?) geweest kan zijn. Met die vormloze muts op zijn hoofd, blikje bier naast hem op de grond. Ogen timide naar de grond gericht. Een schuchter mens. Het was in de week dat XO verscheen, een paar maanden na Miss Misery bij de Oscar-uitreikingen. Zijn eerste (niet erg succesvolle) albums waren een jaar eerder jaar op beperkte schaal in ons land heruitgebracht. De timing kon eigenlijk niet beter, en toch zal maar een paar honderd man getuige geweest zijn van dit hartverscheurende optreden van Elliott Smith. Waltz #2, Ballad Of Big Nothing, Independence Day, ze sneden dwars door de ziel.

Atari Teenage Riot (1999)

Drie woorden, waarvan er geeneen gelogen. Ik was fan.

Arab Strap (1999)

Meer fanboy business. Deze liefde bleek wat langer houdbaar. Van het optreden staat me weinig meer bij, het zal ongeveer dezelfde set als op liveplaat Mad For Sadness zijn geweest, die door Polydor-dochter Go! Beat als opwarmertje voor Elephant Shoe werd uitgebracht. Ik interviewde Aidan Moffat voorafgaand aan de show in zijn portocabin over die derde studioplaat, hun majordebuut (en ook enige voor een groot label, ze werden snel weer gedumpt). Later, na het optreden en de nodige consumpties, brak Aidan de kleedkamer af en ging er met de kapstok vandoor. Ik was er helaas niet bij toen hij van het terrein werd verwijderd.

Orbital (1999)

Heb ik Orbital überhaupt wel gezien op Lowlands?! Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik het optreden heb laten schieten, gezien eerdere ervaringen op Pinkpop (1996) en Triple-X (1994). Die lampjes in de Gashouder, ik zie ze zo weer voor me. De lat voor live-dance ligt nog steeds op dat niveau. Maar die lampjes in Bravo? Het beeld blijft hier zwart.

Rephlex Disco Assault System Inc. feat. Aphex Twin, Ovuca, Maddog Wallace (2000)

Een acidfeest zoals er nooit één is geweest. Rephlex Disco Assault System was een parade van de grootste klieren uit de klas, verzameld rond het geniale enfant terrible met de grootste mond. Voor hun muziek (een soort gabber met weirde ritmes en effecten) hadden ze een eigen taal bedacht, ze noemden het braincore. Hardcore met hersens. Dansen rond de pillendoos, springen achter de draaitafels, rollen over het podium en als finale de oppernar verscholen ónder de tafel met dj-spullen. Heel af en toe stak er een hoofd naar boven, als het hurkend even niet lukte, verder bleef het ongrijpbare fenomeen onzichtbaar en liet het podium deze koude zondagavond aan zijn strak staande vrienden. Aphex Twin was in da house. Denken we. In 2011 was hijzelf wel het middelpunt van een audiovisuele show in een volgepakte Bravo. Muzikaal ook weer erg hardcore en old school, visueel een mindtrip om epileptisch van te worden.

Kimmo Pohjonen Kluster (2001)

Nog zo’n gekke Fin. Met een trekzak! En effectpedalen waarmee hij het geluid van zijn accordeon en zijn stem tot adembenemende ambient-acoustics bewerkte. Het was avant-garde gebracht met de schwung van rock & roll. Note to myself: zoek die cd Kielo (1999) op zolder (of op Spotify). Geen idee of het nog ergens naar klinkt, zijn intieme show in de Higher Ground was briljant.

The Polyphonic Spree (2003)

24 jongens en meisjes in lange witte gewaden die als diepgelovige Pinkstergemeenteleden de positieve dingen des levens bezongen. ‘Hey now, it’s the sun and it makes me shine.’ En we zingen en we springen en we dansen in het rond. Het jubelkoor van Tim DeLaughter uit Dallas, Texas was zo not me, dat ik me echt gewonnen heb moeten geven. Mijn cynisme was weerloos tegen hun Liefde. Met een instrumentarium dat ook harp, bugel, theremin, tamboerijn, dwarsfluit, trompet en dubbele drums besloeg, én met hun aanstekelijke enthousiasme (zelf gingen ze nog het meest uit hun plaat op het podium), toverden ze een glimlach op ieders gelaat. En dat met een mix van Hair, Jesus Christ Superstar, The Beach Boys, The Mamas & The Papas en een pepertje grungerock (een paar jaar later deden ze ook Nirvana’s Lithium, tot groot plezier). It’s The Sun en Soldier Girl doen het nog steeds goed op vakantie op weg naar de zon.

The Blood Brothers (2003)

Herrie in de tent, het hoort erbij op een goed festival. Hoe meer men over elkaar struikelt, hoe beter. De vijf hyperactive punkkids van The Blood Brothers gaven op het podium het goede voorbeeld, razend en tierend, een dollemansrit langs de pijlsnelle, zo hard mogelijk gekrijste nummers van …Burn, Piano Island, Burn. Screamo noemen we dat toen – een vorm van post-hardcore, zoals we nu moeten zeggen geloof ik. Mijn favoriete punkband van 25 jaar Lowlands, ook omdat het na één knal weer afgelopen was met die band (1997-2007, vijf albums, begin bij Burn).

The Dillinger Escape Plan (2004)

Zie Blood Brothers. Maar dan in de mathcore-subsectie. De band gaat nog steeds hard.

Be Your Own Pet (2006)

Zie Blood Brothers. Met een krijsend meisje en meer een garage-vibe. Eendagsbom.

Micachu & The Shapes (2009)

Pop-amateurisme van de bovenste plank. Kinderlijk, naïef, impulsief, zo schots en scheef gespeeld dat de liedjes halverwege omvallen. Dat alles allicht positief bedoeld. Twee meisjes, één jongen, alle drie in vormloze, zelfbeschilderde witte T-shirts, hun hele voorkomen volkomen uniseks. Een modestatement van heb ik jou daar bij de ballen. De kleinste van de drie zong en speelde akoestische half-gitaar, zo’n kindermodelletje. De grap: Mica Levi (22) was afgestuurd componiste. Tegenwoordig wint ze awards met haar filmscores en schijft ze moeilijke klassieke stukken, in 2009 jakkerde ze gehaast door de even trashy als aanstekelijke liedjes van haar debuut Jewellery, nog steeds een populaire plaat bij ons thuis, ook bij de kinderen. Het stuitert alle kanten op en het botst heen en weer, een beetje zoals ze in 1979 bij Rough Trade pleegden te doen, hetzelfde label dat ons dertig jaar later Micachu & The Shapes bracht. En dat is geen toeval.

Dan Le Sac vs Scroobius Pip (2010)

Een van die typische X-Ray-surprises. Ik heb er vele gezien. Er zijn jaren geweest dat ik de helft van de tijd in de loods rondhing. The Haxan Cloak, Actress, Shed, Evian Christ, H09909, Gonjasufi, Omar Souleyman, de betere elektronica, disruptieve disco en gemuteerde rap vond je steevast in de X-Ray. Het waren vaak acts met een korte houdbaarheidsdatum, maar who cares. Het is het moment dat telt. Dat ik de helft van de namen alweer vergeten ben (en de documentatie van het X-Ray-programma op internet ook te wensen overlaat) doet er niet toe. Wie zich graag laat verrassen door wat ontregelende underground-klanken, kan blind naar de X-Ray. Dat gezegd hebbende: ik heb dit jaar alleen Colin Benders (vergeet Kyteman, dit synthproject is iets héél anders!), Haus en HTMLD aangestreept. Het oogt wat gewoontjes allemaal, maar ik laat me graag verrassen. Van rapper/poëet Scroobius Pip en zijn deejayende maatje Dan Le Sac resteert eigenlijk alleen nog hitje Thou Shalt Always Kill, een oproep om niet in de hype te geloven, om niet achter popsterren en valse indie-profeten aan te hollen en vooral voor jezelf te denken. ‘The Beatles were just a band’ etc.

Richie Hawtin presents Plastikman (2010)

Een greatest hits show van een van de technopioniers, live, compleet met installatie en visuals. Een ketting van de glimmendste Plastikman-parels, de meeste tien, twintig jaar oud. Pure toekomstmuziek, zo minimaal als een patroon van enen en nullen maar kan zijn. Een feest der herkenning, even zinderend als nostalgisch. Van mij mag het navolging krijgen, deze techno-geschiedenisles.

John Coffey (2013)

Zie The Blood Brothers. Dat de X-Ray zaterdag 17 augustus 2013 om 21:00 nog overeind stond was goede reclame voor de fabrikant. Het Biertje is legendarisch, maar de echte geschiedenis werd hier geschreven.

Steve Reich Ensemble (2013)

Prachtig. Als ik er vorig jaar bij was geweest had de uitvoering van Koyaanisqatsi door het ensemble van Philip Glass ook zeker in deze lijst gestaan.

Nick Cave & The Bad Seeds (2013)

Nota bene alleen The Mercy Seat, Stagger Lee, Push The Sky Away en toegiften Papa Won’t Leave You, Henry en Into My Arms gezien, omdat ik eerst bij Dizzee Rascal stond en die matige show nog uitgekeken heb ook. Waar de hiphopvernieuwer bleek afgegleden tot hitact met EDM-beats en galmende diva’s, was Nick Cave in zijn beste vorm ooit. Bevestigden ook de echte kenners. Voor mij was deze Alpha-show een openbaring. Zo vurig. Zo doorleefd. Zo afgemeten. Zo stijlvol omkleed ook en op de videoschermen in beeld gebracht. Ik denk niet dat ik me ooit harder voor m’n kop heb geslagen als na dit halfuur. Acht nummers laten lopen voor een sellout (die zich nu op Raskit overigens prima revancheert).

Sleaford Mods (2014)

The shock of the new. Bij sommige acts weegt die zwaarder dan bij andere. Bij Sleaford Mods is het een molensteen die ze na een zonnige zaterdag in 2014 voor altijd met zich meedragen. Zo hard kom je maar één keer, daarna is ieder weerzien een toneelstukje, een act, hoe goed opgevoerd ook. Hoofdrolspeler 1: een doorgesnoven idioot met woest working class proza, de hand driftig door het haar en langs de neus halend, als een tic die nodig is om het metrum te vangen. Het type straatvechter dat je beter niet tegenkomt tegen sluitingstijd. Hoofrolspeler 2: een bleke slungel met een laptop met homemade beats en punkbassen en een sixpack bier. Zijn opdracht: aan- en uitzetten en opdrinken. Beetje met het hoofd schudden. Eventueel een tweede sixpack halen. Wat een glorieuze anti-performance! Was het welgemeend? Een pisstake? Na de interviews weten we dat ze het ze dead serious was. Mr. Williamson meent ieder woord, ook als hij daarbij iemand beledigt. Performance art is het mooist als het niet als dusdanig bedoeld is. Later die middag deden ze ook nog een instore in de Concerto-stand even verderop. Mijn tweede moment van extase dat jaar. Recht in m’n gezicht gespuugd, de klodders met mijn T-shirt opgevangen. ‘JOBSEEKER! / Can of Strongbow, I’m a mess / Desperately clutching onto a leaflet on depression / Supplied to me by the NHS…’ Mijn hit van de laatste jaren. Na afloop een handtekening gevraagd, ook een unicum in 25 jaar Lowlands.

Ook nog…

Zit ik al aan de 25 hoogtepunten? Pfff… ik moet zo mijn tas maar eens gaan pakken. Snel nog een round-up. Lowlands is voor mij ook jarenlang De Drum & Bass Nacht geweest. Er schiet zo gauw niet één naam te binnen die eruit sprong, maar in de jaren rond de millenniumwisseling was er altijd wel een nacht volgepakt met top-dj’s uit Londen (of Bristol). Supergroep Reprazent? Ik vond de afzonderlijke dj’s doorgaans leuker. Muziek heeft sowieso geen muzikanten nodig, alleen goede ideeën. De Lowlands Rave met dj Kenny Harder (aka Joost van Bellen) was een van mijn gelukzaligste momenten. Het kan zijn dat ik gedronken had. Ook memorabel: de eerste Lowlandsnachten met 2manydjs, toen we ons nog verbaasden over hun mashups, lang voordat iedere tiener met de juiste software zijn eigen rapmixjes maakte. Hudson Mohawke en TNGHT, ik weet niet meer precies waar en wanneer ik die gezien heb, maar vaak genoeg in ieder geval, en altijd knalgoed. De Grote Bands die deliverden ten slotte: Arcade Fire, Interpol, LCD Soundsystem, Tame Impala, Beastie Boys. Of dramatisch door het ijs zakten (Sonic Youth). Maar ik let toch vooral op de kleintjes. De laatste keer deden Fuzz, Wand, Ought en Vietcong het voor mij, dit jaar gaan we ‘t zien. Zin in. Nu die tent maar eens zoeken op zolder. En een regenponcho kopen. Lowlands, gefeliciteerd! Nog vele jaren, met mooie verrassingen en vergeten herinneringen!

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Het kon niet uitblijven: Toto covert Weezer
nieuws
Toto

Het kon niet uitblijven: Toto covert Weezer

Daar is ie dan: de Weezer-cover van Toto. Nadat Rivers Cuomo en de zijnen Africa coverden, is het nu de ...
De Staat terug met nieuwe single Kitty Kitty
nieuws
De Staat

De Staat terug met nieuwe single Kitty Kitty

De Staat is terug! De Nijmeegse band heeft een gloednieuwe single uitgebracht: Kitty Kitty. Het is de eerste track van ...

Mijn 25 jaar Lowlands (blog) | OOR